Familie

Onze CTO spreekt mij aan zodra ik het pand binnengelopen kom. “Helemaal klaar met het bouwen van software?”. Ik zucht. “Nee, nog véél erger dan dat!”. Hij kijkt mij vragend aan. “Hoe bedoel je?”, “Nou, ik had gisteren het verjaardagsfeestje van mijn schoonzusje”, “Dat is nog een klein meisje zo te horen?”. Ik kan weer lachen. “Zo ongeveer ja”, “Hoe bedoel je?”, “Nou die is 50 geworden alleen gedraagt ze zich nog als een tiener inderdaad”, “Lekkere familie heb je dan”. Ik zucht weer. “Inderdaad. Stuk voor stuk journalisten die vooral bezig zijn met de oikofobie van de kapitein van de rennaissance vloot”. Hij proest het uit. “Lach maar je zou er tussen moeten zitten. Allemaal van die makke schapen”, “Die hebben vast nog nooit een bedrijf van binnen gezien”, “Inderdaad ja. Deze week zag ik een artikel. Ik zag de voorletter en achternaam van mijn schoonzusje staan. Ik hoopte dat zij het niet was”. Het leedvermaak is van zijn gezicht af te lezen. “Mijn hoop was even dat het geschreven was door een gelijknamige journalist die juist over business schrijft”, “Hahahaha én natuurlijk was zij het wel!’. Hufter! “Natuurlijk, dat kon ook niet anders. Al had ik nóg héél even hoop dat zij het niet was”, “Je hebt nu dus héél veel zin om aan het werk te gaan!”. Ik zucht. “Nou, nee. Ik ben een ondernemer. Winst maken is voor hen des duivels én als je dan ook nog een andere mening hebt over economische migranten dan hen…”. Hij steekt zijn vinger in de lucht. “Ho ho ho”, “Pardon?”, “Dat zijn kwetsbare vluchtelingen die huis en haard hebben verlaten omdat zij géén andere keuze hadden en daarom noodgedwongen hier zijn. Die hebben wij gastvrij te behandelen net zoals dat wij zelf willen worden behandeld”. O mijn god begint hij nu ook al. Hij blijft even stil om vervolgens in lachen uit te barsten. “Hahahaha, jij liever dan ik!”. Hufter. “Moeten wij binnenkort niet eens een functioneringsgesprek hebben?”. Hij knikt. “Dan zou ik je toon toch wél even veranderen”. Ik loop richting mijn kantoor en merk dat ik overloop van frustratie.

Bijstand

Op een beurs in de Jaarbeurs zie ik onze advocaat staan op de stand van zijn kantoor. De ideale gelegenheid om even bij te praten zonder dat we daar meteen een declaratie voor krijgen. Na een minuut of vijf kijkt hij angstvallig naar zijn horloge. “Wat is er?”. Hij schudt zijn hoofd. “Ik heb zo een afspraak met een uitgever en mijn collega’s zijn nog niet terug van hun afspraken”. De manier waarop hij naar mij kijkt kan ik niet plaatsen. Ik kijk hem vragend aan. “Wellicht kun jij mij dit keer eens bijstaan”, “Hoe bedoel je?”. Hij moet lachen. “Het belangrijkste is dat er iemand op onze stand staat. En jij weet zaken ook altijd goed te bepleiten”. Ik weet even niet wat ik moet denken. “Nou wat zeg je ervan?”, zegt hij nog voor dat ik kan antwoorden. “Ik heb jou vaak genoeg voor het gerecht horen spreken dus ik denk dat dat wel moet lukken”. Hij kijkt mij tevreden aan. “Hier liggen brochures voor potentiële cliënten”. Hij overhandigt mij ook een stapeltje visitekaartjes. “Succes!”, waarna hij met versnelde pas bij de stand vandaan loopt. Al snel word ik door bezoekers van de beurs aangesproken. In geuren en kleuren vertel ik over hoe pro-actief het kantoor is, dat er altijd op het scherpst van de snede wordt geprocedeerd en dat er altijd maximaal resultaat wordt geboekt voor cliënten. Het duurt niet lang voordat ik door de brochures heen ben. Gelukkig zie ik nog een dichte doos staan met additionele brochures die ook al weer snel voor de helft leeg is. In gesprek met een docent van de Hogeschool Utrecht wordt mij plotseling de vraag gesteld of ik geïnteresseerd ben om daar over het recht te komen doceren. “U kunt zo mooi over het recht vertellen. Dat is precies wat wij nodig hebben”. Na even stil te zijn van dit enorme compliment leg ik hem uit dat ik helaas enkel een cliënt ben die zijn advocaat bijstand verleent. De docent kijkt mij vol ongeloof aan. “Hier heeft u het visitekaartje van de advocaat die u daarbij kan helpen. Dat is écht de beste jurist die er is!”. Wanneer onze advocaat terugkomt van zijn afspraak vraagt hij mij of ik nog wat langer voor hem op de stand kan staan. “Totdat alle brochures op zijn!”, voegt hij er aan toe.

Query

Het bekijken van de 61 queries voor de jaarafsluiting op verzoek van onze CFO is zo saai. Hij had er nog aan toegevoegd dat dit een belangrijk deel van zijn dagelijkse werk is. Inhoudelijk stelt het allemaal niet zo heel veel voor. De complexiteit is niet zo heel erg hoog. Het is vooral de vraag of dat de queries juist zijn geformuleerd. Er zijn toch vijf queries waar ik vragen bij heb. Dan gaat ineens mijn telefoon. Ik neem zonder te kijken wie er belt op. “Ja hallo, kent u…?”. Het laatste deel van wat diegene zegt kan ik niet verstaan. “Sorry, met wie spreek ik?”. Het antwoord kan ik niet verstaan. Ik kijk toch even snel wie mij belt. Aan het netnummer kan ik zien dat het een beller uit de regio Haarlem is. “Zou u wat duidelijker kunnen spreken?”, “Bent u of kent u Imke?”, “Mevrouw volgens bent u bent u verkeerd verbonden. Ik wens u nog een fijne dag”. Vervolgens verbreek ik de verbinding. Terug naar mijn queries. Een bepaalde query kan ik helemaal niet volgen. Het lijkt er op dat die vier keer wordt gedraaid en daardoor helemaal niet klopt. Na het vreemde telefoontje dat ik zojuist binnen heb gekregen vraag ik me af of ik het toch niet verkeerd begrepen heb. Ik loop bij onze CFO binnen. “Deze query”, zeg ik tegen hem. “Wat is daarmee?”, “Nou volgens mij klopt die totaal niet”. Hij kijkt er even goed naar. “Ik zie niks vreemds. Weet je wat. Ik voer hem meteen uit. Dan zien we wel wat er uitkomt”. Het valt mij op hoe hij wat nerveus wordt wanneer het resultaat van de query op zijn scherm verschijnt. “Dat is een factor duizend te groot”. Ik kijk hem even vragend aan. “Je bedoelt dat er gewoon drie keer te vaak een nul achter is gezet in de output?”. Hij knikt. “Dat is dus precies de reden waarom ik jou er naar heb laten kijken. Als er iemand verstand van queries heeft dan ben jij het wel”. Ik grinnik want dat is helemaal waar. Mijn kennis en kunde als developer zijn dus op andere vlakken ook nuttig. Snel ga ik terug naar mijn kantoor om ook de andere queries nog eens goed tegen het licht te houden.

Klusteam

Aan de bulderlach te horen heeft onze CFO weer iets. De deur van mijn kantoor gaat open en het is duidelijk dat hij het écht niet meer heeft. Ik kom meteen zelf helemaal in de stemming en begin automatisch ook te lachen. “Wat is er zo grappig”, weet ik nog net uit te brengen. Het lukt hem bijna niet om uit zijn woorden te komen. “Nou, ik heb me dit keer héél fatsoenlijk gedragen”. De manier waarop hij de nadruk op “ik” legt beloofd weinig goeds. “Dit zal wel weer over een vrouw gaan….” en ik barst zelf in lachen uit. “Nou, weet je..”, en hij begint zelf ook weer te lachen. “Een vriendin van mij heeft een nieuw huis en vroeg mij of ik haar klusteam zou komen versterken”. Ik kijk hem vragend aan. “Zei je nou echt klusteam?”. Hij knikt. “Ik heb haar verteld dat ik twee linkerhanden heb en dat een muurtje witten daarom niet echt mijn ding is. Al voelde ik me schuldig dus heb ik toch iets geregeld”. Dit klinkt toch minder spannend dan ik dacht. “Twee vrienden hebben samen een schildersbedrijf dus die heb ik gevraagd of zij bij haar langs konden gaan om haar muurtje te witten”. Ik kijk hem vragend aan. “Dat klinkt eigenlijk wel een beetje saai”. Hij doet de deur nu achter zich dicht. “Zoals ik al zei ik heb mij gedragen”, “Wie heeft zich dan minder goed gedragen?”, “Nou, toen ik bij haar op bezoek kwam duwde ze alsnog een verfroller in mijn handen”, “De schilders waren al langs geweest?”. Hij barst weer in lachen uit. “Precies!”, “Alleen wat hebben die dan gedaan?”. Hij begint weer te bulderen van het lachen en pakt zijn telefoon. “Je had wel wat duidelijker mogen zijn dat het écht schilders zijn”, zie ik in een appje dat hij zojuist van haar gekregen heeft. Mijn. Lieve. Hemel. Het is wel een héél mooie vrouw zie ik aan de foto die ze als plaatje op de app gebruikt. “Is het schilderwerk al klaar bij haar?”. Hij kijkt me even bedenkelijk aan, om vervolgens naar mij te wijzen en tranen in zijn ogen van het lachen te krijgen.

Knuffel

Mijn telefoon gaat terwijl ik net bezig ben een paar documenten aan de papiervernietiger te voeren. “Ja, waar moet ik zijn?”, hoor ik een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn zeggen. Het blijkt de vrouw te zijn waar ik al langer aangenaam contact mee heb. Vandaag geeft ze leiding aan haar team bij de vestiging van haar werkgever die dicht bij ons kantoor zit. Ik was daar naar toegereden om een selfie te maken. Die had ik naar haar gestuurd. Dat had vermoedelijk de nodige spanning bij haar veroorzaakt. In reactie daarop had ze mij vertelt dat ze ná werktijd wel bij mij langs zou komen. Het is nog net geen vier uur en ik heb nog helemaal géén tijd gehad om voorbereidingen te treffen voor haar komst. “Je staat al voor het gebouw. Wanneer je je meldt bij de receptie dan sturen die je door naar ons”. Binnen enkele minuten zie ik haar dan werkelijk. “Wow!”, is het enige dat ik weet uit te brengen. “Ik had welkom verwacht, maar daar doe ik het ook voor”, zegt ze plagerig. Totale ontspannenheid maakt zich van mij deel. Helaas lijkt zij minder ontspannen te zijn dan ik. Onze gesprekken gingen altijd over hoe wij samen héél gaaf een nieuwe venture zouden gaan bouwen. Tot mijn verbazing loopt ze nu juist leeg over haar privé leven. Opvallend is daarbij dat ze het woord “sancties” gebruikt in relatie tot haar ex-partner. De manier waarop ze om haar heenkijkt kan ik niet anders dan als “taxerend” beschrijven. Ze lijkt zich helemaal niet prettig te voelen en al snel besluit ze te willen vertrekken. Wanneer we samen de trap aflopen laat de zool van één van haar hakjes die haar deux-pièces perfect complementeren los. Ik vraag haar eenmaal buiten of ze toch geen zin heeft om het gesprek onder een etentje voort te zetten. Ze geeft aan toch liever naar huis te gaan. Daarna geeft ze me een knuffel, stapt in haar auto en rijdt weg.

Simpel administratief baantje

Tijdens een internationale treinreis raak ik in gesprek met een leuke jonge vrouw die tegenover mij zit. “O, dus je bent een héél grote directeur”, zegt ze tegen mij. “Nou, nou, dat valt wel mee”, zeg ik met valse bescheidenheid. “Vergeleken met mij ben je al snel een héél grote man”, zegt ze. “Dat zal toch wel meevallen”. Ze schudt haar hoofd. “Echt niet hoor”. Ik kijk haar verbaasd aan. “Wat doe jij doen?”, “Nou, ik heb een simpel administratief baantje”, “Wat doe je dan precies?”, “Ik werk voor een medisch ethische toetsingscommissie van een academisch ziekenhuis”. Dat zegt mij helemaal niks. Al voel ik mij wel enorm op mijn gemak. Een super leuke vrouw tegenover mij die flink niveau lijkt te hebben echter gewoon een baantje heeft dat niet zoveel voorstelt. Ik praat honderd uit tegen haar en vertel haar dingen waar ik normaal wat voorzichtiger over zou zijn. “Wat doe je dan precies voor die commissie?”, “Nou, ik doe interviews met onderzoekers zoals hoogleraren en medisch specialisten zodat de commissie op basis daarvan kan beoordelen of medisch-wetenschappelijk onderzoek ethisch verantwoord is”. Dat klinkt toch wel sophisticated. Ik besluit haar uit te nodigen voor een lunch in de restauratiewagon van de trein. “Weet je het zeker dat je dat wel met mij wilt?”. Hemeltje wat een lieve kwetsbare vrouw heb ik toch mee te maken. “Natuurlijk, jonge dame. Het zou een eer zijn als je mij bij de dis zou willen vergezellen”, zeg ik op deftige toon. Het eten in de trein is oké al is vooral het gezelschap bijzonder aangenaam. Wat een heerlijk gevoel geeft deze vrouw mij toch. Op het moment dat de trein mijn station bereikt wisselen we snel telefoonnummers uit waarna ik de trein uit ga. Later krijg ik nog een appje van haar waarin ze mij bedankt voor het fijne gezelschap. Ik begin me nu toch wel nerveus te voelen want ik heb er toch wel veel verteld. Wanneer ik op zoek wat de commissie waar zij voor werkt doet dan blijken vrijwel alle administratieve medewerkers een academische graad te hebben. De volgende ochtend stuurt ze me een appje met de vraag of ik zin heb om wanneer ze terug is van het medisch congres, eens af te spreken. “Sorry, jij bent eng. Ik durf niet meer!”, “Haha, meneer de grote directeur!”, appt ze terug.

Roofdier

Omdat onze HR manager vandaag weer op kantoor is heb ik mijn secretaresse een bloemetje voor haar laten halen. Ik loop bij haar naar binnen. “Fijn dat je er weer bent”, “Zozo, zijn die voor mij”. Ik glunder. “Natuurlijk. We hebben je gemist!”. Ze is blij. “Is alles goed gegaan?”. Ze zucht. “Alles gaat goed met mij en de kleine alleen…”. Ik voel de spanning die zich in mijn lichaam opbouwt. Ze aarzelt even. “Ik had toch verteld over mijn verloskundige”. Ik moet moeite doen om geen hand voor mijn mond te slaan. Die is er toch niet met haar man vandoor. “Nou, die heeft zich goed misdragen”. Ik hou mijn adem in. “Tijdens de bevalling…”. De spanning stijgt verder. “Ze heeft gewoon een knip gezet zonder iets te zeggen laat staan het mij te vragen”, “Een knip?”, zeg ik verbaasd. “Ze knipte mij in met een medisch instrument zogenaamd omdat de baby dan meer ruimte zou hebben. Dat heet medisch een episiotomie”, “Jij hebt daar géén toestemming voor gegeven?”, “Nou, volgens mij deed ze het uit eigen frustratie en niet om een medische reden”. Ik schud mijn hoofd. “Dus ze heeft je gewoon mishandeld?”. Ik zie een lach op haar gezicht verschijnen. “Met voorbedachten rade”, vul ik mezelf aan. Haar lach wordt nóg groter. “Ik was van plan om een tuchtklacht tegen haar in te dienen maar jij denkt dat het zelfs strafbaar is wat ze heeft gedaan?”. Ik begin me wat onzeker te voelen. “Dat zou ik niet durven zeggen. Weet je wat ik bel onze advocaat wel even”. Ze begint nu helemaal te stralen. “Zou je dat willen doen?”, zegt ze hoopvol. “Natuurlijk”, zeg ik resoluut. Ik loop richting mijn kantoor en bel onze advocaat. Volgens zijn secretaresse is hij niet beschikbaar maar ze kan me wel doorverbinden met een collega die gespecialiseerd in het gezondheidsrecht is. “Een duidelijk verhaal. Als uw collega dit kan bewijzen dan zou dit mogelijk mishandeling met voorbedachten rade kunnen zijn. Heeft u even?”. Na een paar minuten in de wacht te hebben gestaan zegt hij: “In principe lijkt mij het strafrecht van toepassing. Het tuchtrecht heeft wel als groot voordeel dat er altijd een uitspraak volgt”. Ik loop terug naar onze HR manager. “Het tuchtrecht heeft de voorkeur al zou je daarbij natuurlijk wel naar het strafrecht kunnen verwijzen”. Haar blik verandert in dat van een hongerig roofdier.

Onzakelijk

Op Whatsapp word ik voor een groepje uitgenodigd. Het blijken de twee heren te zijn met wie ik mee heb gedacht over het opbouwen van hun bedrijf. Echt hé. Ik ben al gefrustreerd omdat ik mijn mailbox niet kan openen omdat onze externe leverancier een storing blijkt te hebben. Daarom stuur ik meteen een bericht: “Mijne heren, wat kan ik voor jullie doen?”. Onmiddellijk krijg ik antwoord: “We hoopten dat je nog wat met ons kon meedenken”. Ik zucht. “Waarom zou ik dat willen?”, “Dat is goed voor ons succes”, “Ja, en?”, “We zijn toch vrienden en vrienden helpen elkaar”, “Nu zijn wij ook nog eens vrienden?”, “Ja, natuurlijk zijn wij dat”, “Welk bier drink ik met vrienden?”, “Je drinkt toch alleen champagne en cognac?”. Precies. Dit zijn dus duidelijk niet mijn vrienden. Die mij door en door kennen. “Touché”, “Haha, zie je wel dat we je kennen!”, “Wanneer is mijn verjaardag?”. Nu duurt het even voordat ik antwoord krijg. De andere ondernemer stuurt mij nu een bericht met een datum die niet klopt. “Sorry, ik heb jullie even helemaal verkeerd ingeschat”. Beide heren sturen mij nu achter elkaar een duimpje. “Wanneer zou je tijd hebben om af te spreken?”, appt de een en de ander vervolgt. “Ja en neem je dan ook weer een fles van die Moët mee. Het liefst dan de rosé versie die je met ijs drinkt”. Dit lijkt mij vrij duidelijk. De heren zijn écht héél serieus met hun bedrijf bezig. “Hoe gaat het eigenlijk met de verbreding van de activiteiten?”, “Die is on-hold gezet want de markt verandert héél snel en dat geeft ons héél veel kansen. Die moeten we NU pakken!”, “Vertel, wat speelt er dan zoal”. Het blijft weer even stil. “Dat is niet goed in de app te zetten. Daarom willen we graag met je afspreken. Voor jou dan de kans om weer met ons bij te praten”. De frustratie van niet kunnen mailen valt in het niet bij wat deze heren hier presteren. “Dat gaan we niet doen. Ik heb méér zin in bier en sushi met twee zakenrelaties”, “Ook wij lusten sushi!”, “Ja lekker!!!!”, appt de ander. “Het is denk ik toch beter om business en pleasure gescheiden te houden maar bedankt voor jullie aanbod!”, “We horen wel wanneer je met hangende pootjes terugkomt”. Dat mijn e-mail nog steeds niet werkt voelt rustgevend.

Marketeer

Er verschijnt een onbekend 06-nummer in het display van mijn telefoon. Wanneer ik opneem blijkt het iemand te zijn die graag onze marketing wil doen. “Dat is allemaal geweldig dat u dat kunt alleen hoe komt u aan mijn nummer?”. Er volgt een heel verhaal over de kracht van zijn netwerk en hoe hij daarmee ons ook van dienst zou kunnen zijn. “Oké, alleen wie heeft u mijn nummer gegeven?”. Het blijft even stil. “Dat maakt niet uit. U begrijpt dat ik heel discreet ben. Daarom kan ik u dat niet vertellen”, “Als u mij dat niet vertelt dan kan ik die persoon ook niet als referentie voor uw diensten gebruiken”. Er klinken nu wat geluiden aan de andere kant van de lijn die ik niet helemaal kan plaatsen. “Nou, in dat geval kan ik u wel vertellen om wie het gaat”, “Dat zou fijn zijn”, “Alleen dan wil ik in ruil daarvoor wel het nummer hebben van iemand anders”. Ik dacht dat het niet gekker kon worden maar dit begint echt merkwaardig te worden. “Waarom zou ik u dat dan geven?”, “Dat mag toch wel duidelijk zijn. Ik doe wat voor u. U doet iets voor mij”. Die gast is niet goed bij zijn hoofd. “Wat doet u dan voor mij?”, “Nou, u vertellen wie mij uw nummer gegeven heeft”, “Hoezo is dat iets dat u voor mij doet?”, “Nu moet u even goed luisteren meneer. U krijgt van mij waardevolle informatie. Daar wil ik dan ook waardevolle informatie voor terug hebben!”. Mijn. Lieve. Hemel. “Ik begrijp dat u ontstemd bent over mijn vraag”, “Nou, dat is nog zacht uitgedrukt”. Het blijft even stil. “Weet u wat. Als u meteen akkoord gaat met mijn aanbod voor marketingdiensten en daarnaast ook uw corporate identity ontwikkeling aan mij uitbesteed dan is het u vergeven. Dan wil ik nóg wel dat nummer en ik vertel u niet wie mij naar u verwezen heeft”. Ik weet geen woord meer uit te brengen. “U bent akkoord met mijn voorstel. Fijn dat u bij zinnen bent gekomen”. Ik weet echt niet wat ik meemaak. Weet u wat ik bel uw secretaresse wel even om het verder te regelen. De verbinding wordt verbroken. Mijn onthutste gevoel wordt na vijf minuten verder versterkt doordat mijn secretaresse mij vraagt of ik een offerte inderdaad direct wil ondertekenen.

Liegebeest

Onze CFO loopt met een gigantische grijns op zijn gezicht ons pand in. “Zo, goed weekend gehad?”. Hij begint meteen te schateren. “Nou, dat ligt er een beetje aan hoe je het bekijkt”. Ik moet lachen. “Er was weer een vrouw én dit kunnen we weer vertalen naar business”. Hij zwijgt even. “Vertel. Ik ben benieuwd waar die grijns vandaan komt”. Hij knikt. “We hadden afgesproken in Amsterdam en na een paar drankjes vroeg ze mij vol enthousiasme: Slaap jij thuis vannacht?”. Ik schud mijn hoofd. “Short leash!”, zeg ik resoluut. Hij steekt zijn wijsvinger op. “Vervolgens stelde ze voor om een fles champagne te halen en een hotelkamer te nemen. Dat vond ik wel een leuk idee. De details zal ik je verder besparen”. Ik moet even diep zuchten. “Oké en nu wil ik weten wat hier zakelijk aan is”, “Nou, de volgende ochtend begon ze over het feit dat ze het mooiste en puurste van zichzelf maar met één iemand wil delen en een relatie wil”. Ik sla een hand voor mijn gezicht. Hij heeft me er weer in laten tuinen. “Dit was dus mooi de laatste keer dat je me weer lastigvalt me de verhaaltjes over je veroveringen”. Hij moet bulderen van het lachen. “Precies!”. Nu is hij me weer kwijt. “De hele avond én nacht was het een nymfomane en de volgende ochtend gaat het uit het niks ineens over kinderen en trouwen”. Ik schud mijn hoofd. “Je hebt haar nèt als mij dus dubbel genaaid”, zeg ik spottend. Hij schudt zijn hoofd. “Just the opposite”, “Hoe bedoel je?”, “Zoals ik het zeg. Ze was volstrekt duidelijk dat ze puur naar spanning op zoek is en domme dingen wil doen om daarna het omgekeerde te zeggen”, “Je hebt gewoon een kwetsbare vrouw gebruikt”, “Precies. Dat is wat ze zelf gelooft en anderen wil laten geloven. Er was niks en dan ook niks dat hier op wees”. Hij lijkt mij nu ook als zijn relatietherapeut te zien. “Wat kan ik hier zakelijk mee?”, “Weet je nog die COO?”, “Ja, die was niet goed bij haar hoofd”. Hij knikt. Plotseling valt het kwartje. “Volgens mij begrijp je het”, “De nacht zelf was wel goed?”. De grijns op zijn gezicht wordt zowaar nog groter. Ik wijs met mijn vinger naar hem. “Het was dus wél een lekker liegebeest”. We barsten allebei in lachen uit.