Directie

Nu ik al een paar dagen geen afspraken buiten de deur heb gehad merk ik hoe zwaar het mij valt om weer volledig in mijn rol als CEO te komen. Het is niet alleen dat onze medewerkers anders naar mij kijken. Het omgekeerde is namelijk net zo goed het geval. Toen vanmorgen één van de koffiemachines niet functioneerde heb ik zelf direct de service lijn gebeld. Toen ze mij vroegen naar mijn functie dachten ze dat ik een grapje maakte. Het plaatje klopte duidelijk niet voor hun. Dat zou meer iets voor onze office manager of mijn secretaresse zijn om te doen. Het voelt raar. Ik vind het leuk om zelf te doen. Het is een kleine moeite voor mij en hoe eerder die machine weer werkt hoe sneller iedereen weer op zijn normale tempo kan werken. Koffie is voor veel van onze medewerkers de brandstof waar zij op lopen. Dat geldt nóg sterker voor onze developers en juist de koffiemachine bij hun afdeling is kapot. Ik loop daarom bij onze office manager naar binnen. “Zou je twee treetjes Redbull kunnen halen, want onze developers funktionieren namelijk op cafeïne”. Ze kijkt mij onvergelijkt aan. “Doe het lekker zelf. Ik heb meer te doen!”. Zucht. Zelf doen. “Oké, als jij het pasje van de groothandel voor me hebt”. Ze trekt haar bureaulade open en haalt daar het pasje uit. “Je gaat écht zelf die kant op?”, “Natuurlijk”, zeg ik resoluut. “Dat komt mooi uit. We hebben nog een paar andere dingen nodig” en schrijft snel op een briefje de dingen die nodig zijn. Ik stap in de auto en ga richting de groothandel. Dat is lang geleden dat ik hier was. Heel anders dan de supermarkt. Ik race met gezwinde spoed richting de drankenafdeling. Daar pak ik twee treetjes Redbull van de stelling. Vervolgens kijk ik naar het lijstje van onze office manager. Het is nog best even zoeken om alles te vinden. Eenmaal op kantoor lever ik eerst de spullen bij onze office manager af om vervolgens trots met de Redbull richting de afdeling development te gaan. “Onze junior heeft koffie-iene gehaald” merkt één van hen op. “Juist ja. Enjoy”, zeg ik terwijl ik lach als een boer met kiespijn. De motivatie om mij weer volledig te richten op mijn rol als CEO is helemaal terug.

Relatiebeheer

Wanneer ik de deur van mijn kantoor achter me sluit bedenk ik dat ik toen ik zojuist ons pand ingelopen kwam iets zag dat ik niet wilde zien. Snel ga ik richting de lobby om het vakblad dat ik daar zag liggen weg te halen. Dat zo’n agressieve verkoper ons een interview in het blad wilde slijten was niet genoeg. De zelfbevlekking van onze concurrentie moet natuurlijk ook verspreid worden. Dat moet ik niet hebben dat onze bezoekers kunnen lezen hoe onze concurrenten mogen vertellen hoe geweldig zij wel niet zijn. Het probleem daarbij is dat het ook nergens duidelijk is dat er voor de inhoud betaald wordt. Dat is vermoedelijk ook een belangrijk onderdeel van het concept. Eerst worden de interviews op zéér agressieve wijze verkocht om vervolgens het eruit te laten zien of het een regulier journalistiek product is. Ik loop bij mijn secretaresse binnen. “Weet jij wie dit in de lobby heeft gelegd?”. Ze kijkt mij verbaasd aan. “Natuurlijk”. Het blijft even stil. “Nou, zeg op”, “Dat was ik”. Wat krijgen we nou. Ik kijk haar verbaasd aan. “Heb je al gekeken wie er in staan?”, “Nee, natuurlijk niet. Het is pure zelfbevlekking”, “Daarom kleven de bladzijden van dit exemplaar bij ons tenminste niet aan elkaar”, zegt ze triomfantelijk om vervolgens het magazine uit mijn handen te pakken. “Kijk” en ze laat me de inhoudsopgave zien. Ik zie de namen van een paar belangrijke relaties in de inhoudsopgave staan. “In dat geval, zou je contact met de uitgever kunnen opnemen met de vraag of ze nog een paar magazines zouden willen opsturen”. Mijn secretaresse moet lachen. “En laat maar weten dat ze in ruil daarvoor taart voor de hele zaak van ons krijgen want bij hun is het duidelijk voor wat hoort wat”, “Ga ik regelen”. Ik loop tevreden bij haar vandaan richting mijn eigen kantoor en zucht. Je hebt die verschrikkelijke journalist én dit. Ik weet niet welke van de twee erger is. Wanneer één van de bewuste relaties langs komt ligt er natuurlijk ook een exemplaar van het magazine prominent op mijn bureau met een post-it bij zijn of haar interview.

Fruit automaat

Wanneer ik weer eens door landelijk gebied rijd zie ik een bord staan met de tekst: “Fruit automaat”. Een casino hier midden in landelijk gebied dat is vreemd. Even later zie ik een bord staan waar het eten van een appel of peer als dagelijkse verwennerij wordt gepromoot. Dan valt het kwartje. Het gaat niet om een gokkast. Het gaat om een machine waarmee je geautomatiseerd fruit kan kopen. Dat klinkt een automaat waar ik graag mijn geld graag in zou gooien omdat ik dan de gewenste vruchten krijg en ze niet eens zelf hoef te plukken. Hoe dan ook dat gokken past ook niet bij de nuchtere mensen die hier wonen. Het is verbazingwekkend om te zien hoe de mensen hier leven zonder dat er op elke hoek van de straat een koffiebar is met de keuze uit vijftig verschillende variaties warme en koude koffiedranken. Mijn vermoeden is dat de veelal kleine zelfstandigen die hier een winkel hebben of praktijk uitoefenen juist de enige keuze zijn en essentieel zijn voor het in standhouden van een basisvoorzieningenniveau. Wanneer ik aan het einde van de dag weer terug rijd langs dezelfde route valt me op dat mensen die hier wonen aansluiting zoeken bij het stedelijke. Leuk is om te zien hoe bewoners verschillende enorme borden in hun tuin hebben geplaatst met foto’s van New York. Aan huisvlijt is hier duidelijk ook geen gebrek want in veel gevallen zijn de contouren ook nog eens keurig uitgesneden zodat het geen rechthoekige borden zijn maar de vorm van de borden de foto’s verder accentueert. Wat ik hier zie plaats mijn eigen ervaringen als ondernemer in een heel ander perspectief. Zoveel ondernemingen roepen dat zij zo bijzonder zijn al is het veelal dezelfde eenheidsworst met een net even andere façade. Dat is precies het omgekeerde van de ondernemers die hier actief zijn. Juist als monopolist hebben ze de kans om écht zichzelf te zijn en hun klanten een unieke dienstverlening te bieden. Ook wij kunnen daarom als bedrijf nog wel iets van de nuchtere mensen die hier wonen en werken leren.

Leverancier

Wanneer ik richting het kantoor van mijn advocaat loop op de Amsterdamse Zuidas hoor ik een Duitser luidruchtig tegen de man die naast hem loopt zeggen: “Es geht immer wieder weiter”. Dat had ik zelf inderdaad niet beter kunnen verwoorden. Ik begin een beetje klaar te worden met alle rechtszaken waar we in verwikkeld zijn geraakt. Daarbij hou ik me zelf voor dat ik ook niet van het schikken ben. Na dat we kort de tactiek voor de zitting hebben doorgesproken lopen we samen richting de rechtbank. Na een klein half uurtje verlaat ik tevreden de rechtszaal. Het blijft natuurlijk altijd spannend hoe de rechtbank zal besluiten al heb ik vertrouwen in het feit dat de rechters een goed beeld hebben gekregen van de kwestie. Ik bedank onze advocaat voor zijn bijstand en ga vervolgens met de Noord-Zuidlijn richting station Noord waar ik mijn auto in de P+R heb geparkeerd. In het centrum stap ik uit om mijn favoriete frisdrank te halen. Ook ik heb immers zojuist weer een topprestatie in de rechtbank geleverd. Helaas staan er voor de deuren van de gekoelde vitrine dozen die de leverancier net heeft uitgeladen. “Jonge dame, helaas kan ik er niet bij omdat er dozen voor staan en ik zou jouw werk niet willen verzetten”. Ze vraagt me wat ik wil hebben. “Die kan ik wel meteen voor je pakken”. Behendig schuift ze de dozen aan de kant en pakt er één voor mij uit de vitrine. Terwijl ik wacht tot dat ik kan afrekenen hoor ik hoe ze haar vinger bezeert aan de rand van een lege doos die ze plat aan het maken is. Daarna beweegt ze zich achter de kassa en plakt een pleister op haar vinger. “Zal ik die met je afrekenen?”, vraagt ze luttele tellen na het plakken van de pleister aan mij. “Dat zou heel fijn zijn”. Wanneer ik de winkel verlaat merk ik dat ik ook in deze situatie een stuk informeler ben geworden. Het drinken van mijn favoriete frisdrank op de weg terug richting het metrostation geeft mij een lekker en ontspannen gevoel.

Toerist

Het weekend was voor mijn gevoel weer véél tekort. Bij het uitwaaien op het strand kwam er een grote witte hond direct op mij afgerend nadat hij van de lijn was gelaten. “Dat is niet de baas. Die komen er zo aan”, hoor ik de man met de hondenriem in zijn hand zeggen. Ondanks dat de afstand wat groter is geworden komt de hond opnieuw op mij afgerend en maakt een rondje om mij heen om vervolgens naar de man met de riem terug te keren. Vandaag ben ik weer volledig in functie als CEO. Dat is erg verfrissend na enige tijd ook gewoon één van de developers te zijn geweest. Wanneer ik in de Industriële Grote Club aankom merk ik dat ik moet omschakelen van mijn informele rol als developer naar vertegenwoordiger van mijn bedrijf. Dat is des te belangrijker gezien op deze locatie fatsoenlijk gedrag één van de formele huisregels is. Een mij onbekende vertegenwoordiger van een brancheorganisatie lijkt iets minder op te hebben met de huisregels. Hij is gekleed in vrijtijdskleding en gedraagt zich helaas ook net zo. Volgens mij staan de huisregels dat niet toe. Echter is het lastig om iemand die zich niet aan de mores kan houden te weren. Ook zijn achterban heeft recht om gehoord te worden. Het wordt zowaar nog interessanter wanneer twee dames van een stichting die onrechtmatige activiteiten jegens hun deelnemers bestrijdt het woord nemen. Op een zeer fatsoenlijke toon weten zij toch een agressie ten toon te spreiden waardoor de kou me om het hart slaat. Na afloop haal ik mijn jas op bij de gardarobe. Wanneer ik naar buiten loop terwijl ik mijn sjaal omsla word ik aangesproken door twee Engelse toeristen. In hun hand hebben ze hun mobiele telefoon waarop een kaart te zien is. Ze willen naar een bepaalde plaats. Op de kaart is de looproute al zichtbaar. Toch weten ze niet precies waar ze heen moeten. Zelf vind ik het ook lastig om me te oriënteren. Wanneer ze nog een beetje verder inzoomen zie ik ineens de woorden “Nieuwezijds Voorburgwal” staan. “You see Swarovski there. There you go at the right”. Ze zijn me zeer erkentelijk voor mijn heldere uitleg. Achteraf besef ik mij dat ik ze naar de Nieuwendijk heb gestuurd. Ook ik ben duidelijk niet onfeilbaar. Al gaan ze zo gelukkig wel de goede richting uit.

Gezelligheid

Dat het voor mij moeilijk is om weer in het gewone ritme als developer te komen begint ook bij mijn nieuwe directe collega’s op te vallen. Het aanvankelijke ontzag voor het feit dat de baas hetzelfde werk doet is verdwenen. “O, dat je niet weet hoe dat werkt. Ik leg je het wel even uit”, heb ik nu al talloze keren gehoord en elke keer op een toon die minder hoogachtend is. De keuze om zelf weer als developer aan de slag te gaan heeft dus een duidelijke keerzijde. De illusie van onze developers dat ik dat allemaal wel snap maakt plaats voor een meer realistische blik. Dat betekent ook dat ik telkens meer gewoon een collega wordt én mij ook telkens meer gedwongen zie mij te schikken naar hun mores. Het is heel verfrissend om te zien omdat ik nu ook precies weet wat zij in hun schild voeren. Ook is het best wel schrikken om te horen wat er allemaal onder mijn collega’s speelt dat niet bij mij bekend is. Wanneer één van mijn collega’s begint over een borrel met developers die bij de concurrent werken slaat iedereen plotseling dicht. Het is fijn om te merken dat ze me nog steeds als de baas zien. “Zolang jullie geen bedrijfsgeheimen uitwisselen is dat toch alleen maar gezellig”. Een van mijn collega’s schudt zijn hoofd. “Nee, het is echt niet alleen voor de gezelligheid hoor”. Ik kijk hem verschrikt aan. “We praten ook over nieuwe ontwikkelingen op technisch vlak. Uiteraard niet over concrete oplossingen die we bouwen maar wel over technische uitdagingen”. Ik staar even een paar tellen voor me uit. “Natuurlijk, dat snap ik helemaal. Gewoon developers onder elkaar”, “Precies, heb je zin om ook mee te gaan naar de volgende borrel?”. Mijn collega kijkt mij verwachtingsvol aan. “Nou, laten we dat maar niet doen. De CEO van de concurrent bij die borrel zal hun CEO vast niet kunnen waarderen”, “Waarom niet?”. Ik zucht. “Anders nodigen we hem toch ook gewoon uit”, “Maar dat is echt een nitwit”. Ik knik. “Dat is precies de reden waarom hij mijn aanwezigheid bij de borrel vast niet kan waarderen”. Mijn collega’s lijken niet helemaal te begrijpen waarom maar gaan dan toch morrend over op een ander gespreksonderwerp.

Regels

Het valt mij steeds vaker op hoe mensen een loopje nemen met de regels. Dat is zo zonde want het is géén kunst om de regels te overtreden. Het toont vaak ook een gebrek aan karakter. Er is nog een ander belangrijk aspect aan delinquent gedrag namelijk dat als je eenmaal leert om te profiteren van het overtreden van een regel dat de kans groot is dat je dat zelfde gedrag in andere situaties ook gaat vertonen. Een jurist had het eens over de onsplitsbare wilsverklaring van decentrale wetgevers en noemde daarbij het arrest de Wilnisser visser van de Hoge Raad. Als grap kun je het arrest ook vermaken tot iets dat zou kwalificeren als de Wilnisser die zijn natuurlijke behoefte doet buiten een daarvoor bestemde plaats door één enkele letter in de benaming van het arrest te veranderen. Het probleem is dat als dat eenmaal tot hilariteit en daarmee tot succes leidt dat de kans groot is dat men dit bijvoorbeeld ook als professional gaat doen. In ons bedrijf geldt er daarom een zero tolerance beleid wat betreft de broncode van de software die wij ontwikkelen. Die moet strikt aan alle standaarden voldoen. Dat is wat mij flink tegenvalt. Continuous delivery en continuous integration vond ik altijd al geweldig. Echter nu ik zelf weer in de rol van developer ben merk ik dat het feitelijk onmogelijk is geworden om iets te doen dat niet aan de formele eisen voldoet. De broncode moet niet alleen begrepen worden door de compiler of interpreter. Die moet ook geschreven worden conform een hele reeks aan standaarden. De nieuwe tools en technieken maken het leven voor een developer daarom niet alleen eenvoudiger maar ook geldt er een véél strenger regime voor developers dan toen ik dat werk zelf nog dagelijks deed. Ik begin mij sterk af te vragen of het werk van een developer niet zwaarder is geworden dan dat van een jurist want die kan tenminste nog proberen andere juristen te overtuigen van zijn gelijk.

Chocolade van maken

Mijn secretaresse vraagt of ze een verkoper moet doorverbinden. Ze klinkt nerveus. “Verkopers, die poeier jij toch af?”, “Ja, maar het is van een IDE leverancier”, “Zeg hem maar dat onze huidige ontwikkelomgeving ons prima bevalt”, “Sorry, je begrijpt me verkeerd. Het gaat om van die apparaten om te reanimeren”. Mijn lieve hemel. Ik weet niet wat hij heeft willen overbrengen want AED’s die zijn natuurlijk gewoon al in het pand aanwezig. “Laat hem maar weten dat we niet gediend zijn van telefonische acquisitie”. Hoe komt iemand toch op het idee om ons een AED proberen aan te smeren en hoe komt zo iemand langs mijn secretaresse. Een relatie vraagt in een e-mail of het wel goed gaat met ons bedrijf en of dat hij zich zorgen moet maken over onze continuïteit. Plotseling valt het kwartje. De blog die ik heb geschreven waarin ik beschreef dat ik nóg geen IDE had opgestart en daarnaast over de illusies van een andere onderneming die gefailleerd is had geschreven lijkt een logische aanleiding. IDE klinkt natuurlijk ook wel als AED. Hoe laag bij de grond kun je zijn als je actief op zoek gaat naar ondernemingen waarbij er sprake van discontinuïteit zou kunnen zijn. De AED niet als middel om een mens te reanimeren maar om ondernemers de illusie te geven dat ze hun onderneming daarmee opnieuw kunnen opstarten. Dit is dus precies waarom onze account managers mij te braaf vinden. Dit incident laat mij wel duidelijk zien dat ook de concurrentie mogelijk niet zo braaf is als wij zelf. Dat is helemaal geen probleem. Wij blijven op ons eigen niveau en gaan nóg duidelijker maken dat wij ook op dat vlak unieke toegevoegde waarde leveren voor onze klanten: Braafste jongetje van de klas as a Service. Daar valt commercieel ook vast wel chocolade van te maken.

Achter het net vissen

Na een lange zakelijke bespreking stelt mijn gesprekspartner voor om de dag af te sluiten met een drankje en een hapje. Hij was een tijd geleden bij een uitstekend nieuw restaurant geweest waar hij zalig vis gegeten had. Daarnaast heeft het restaurant een uitstekend wijnkaart met verschillende champagnes. “Daar kan ik natuurlijk geen nee tegen zeggen”. Hij moet lachen. “Dat dacht ik al. Ik heb de bedrijfsleidster van de keten waar het bij hoort ook gesproken. Dat was ook een heel leuke vrouw”. Mijn enthousiasme maakt plaats voor bedenkingen. “Het is maar een klein stukje lopen”. Samen lopen we richting het restaurant. Wanneer we er aankomen valt op dat er geen licht brand. “Dat is vreemd”, “Ja, dat is apart inderdaad”. Wanneer we verder lopen valt op dat er alleen nog een bord met de naam van het restaurant buiten hangt en wat foto’s. Binnen zijn er naast de contouren van een bar alleen een betonnen vloer en wanden zichtbaar. Dat hier ooit een restaurant gezeten heeft is bijna nergens meer door te bespeuren. “Nou mooi is dat”, “Ja, dat is wat je noemt achter het net vissen”. Ik moet moeite doen om niet in lachen uit te barsten. “Weet je wat, ik ken hier ook een restaurant waar ze een uitstekend visgerecht hebben en ook heerlijk drinken met ijs er in. Daarna hoeven we zelf niet te rijden. Ik heb de mogelijkheid om een grote auto met chauffeur voor te laten rijden. Die stopt direct voor ons aan de straat naast het restaurant”. Mijn gesprekspartner kijkt me met grote ogen aan. “Zozo, dat klinkt goed”. We lopen samen richting een plein. “Oké, waar is dat restaurant”. Ik wijs met mijn vinger. “Sorry ik zie het niet?”, “Kijk nog eens goed?”, “Je wijst naar de Mac?”. Ik knik. “En die grote auto met chauffeur?”. Mijn vinger wijst nu naar een voorbijrijdende stadsbus. Mijn gesprekspartner moet lachen. “Oké, you got me!”. Hij zwijgt even. “Alleen wat gaan we nu eten?”, “De eerste vestiging van een bepaalde landelijke fastfood keten zit hier ook dichtbij. Daar kom ik al sinds de week dat het een kleine twintig jaar geleden geopend is”. Mijn gesprekspartner knikt. “Je vergeet nooit je eerste!”, “Haha, precies!”

Boeren

Wanneer ik op weg naar een relatie door wat landelijker gebied in de Randstad rijd zie ik in een weiland een bord staan over een boer die vegetariërs aanspreekt. De melk van de boer is ook goed voor onder meer boter, yoghurt en kaas. Daarom zouden vegetariërs meer respect voor koeien moeten opbrengen zo staat er te lezen op een bord. Het is mooi om te zien hoe een boer even volstrekt duidelijk maakt dat hij belangrijk is. Ook voor van die vegetarische hipsters die zichzelf moreel superieur voelen en in hun eigen bubbel leven. De kans dat je zo’n hipster hier aantreft lijkt mij dan ook weer nihil en zo blijft men lekker veilig in de eigen morele bubbel. Even later zie ik twee tractoren uit een zijweg komen. Op de eerste tractor is een bord gemonteerd met de tekst: “Wij boeren zijn milieubewust dus laat ons met rust”. Ook hier is weer een bubbel zichtbaar. De boer in kwestie vind dat boeren zelf milieubewust genoeg zijn en daarom met rust gelaten moeten worden. Overigens is het natuurlijk een gotspe dat de politiek probeerde om de boeren de rekening te laten betalen voor jarenlang op de pof leven met stikstof. Echter viel er bij de boeren wat te halen want zij hadden nog reserves. Mijn advocaat belt mij terwijl ik nog op de weg zit. Ik laat me ontvallen wat ik net gezien heb. “Haha, iemand moet de zwarte piet krijgen. Een failliet waar ik de curator van ben heeft 125.000 euro geleend aan een andere ondernemer en die later als oninbaar aangemerkt om onduidelijke redenen. Die andere ondernemer blijkt een felle voorstander van zwarte piet. Nu is één van mijn confrères die net doet of hij ook zakelijke cliënten bediend juist een felle tegenstander.”, “Oké, en wat wil je daarmee zeggen?”. Mijn advocaat moet lachen. “Het zijn altijd mensen die zelf onder druk staan die bij anderen op zoek gaan naar vermogen dat ze zelf niet hebben. Dat zie ik ook elke keer weer als curator”. Ik zucht.  “Weet je nog die exhibitievordering die ik heb ingediend, die is toegewezen door de rechtbank”. Ik barst in lachen uit. “Nu moet hij dus écht met de billen bloot”. “Zo is dat”, “Dit is écht geweldig nieuws”, “Altijd fijn om dat te brengen”, “Vol verwachting klopt mijn hart”. Mijn advocaat moet lachen. Daarna beëindigen we het gesprek.