Liegebeest

Onze CFO loopt met een gigantische grijns op zijn gezicht ons pand in. “Zo, goed weekend gehad?”. Hij begint meteen te schateren. “Nou, dat ligt er een beetje aan hoe je het bekijkt”. Ik moet lachen. “Er was weer een vrouw én dit kunnen we weer vertalen naar business”. Hij zwijgt even. “Vertel. Ik ben benieuwd waar die grijns vandaan komt”. Hij knikt. “We hadden afgesproken in Amsterdam en na een paar drankjes vroeg ze mij vol enthousiasme: Slaap jij thuis vannacht?”. Ik schud mijn hoofd. “Short leash!”, zeg ik resoluut. Hij steekt zijn wijsvinger op. “Vervolgens stelde ze voor om een fles champagne te halen en een hotelkamer te nemen. Dat vond ik wel een leuk idee. De details zal ik je verder besparen”. Ik moet even diep zuchten. “Oké en nu wil ik weten wat hier zakelijk aan is”, “Nou, de volgende ochtend begon ze over het feit dat ze het mooiste en puurste van zichzelf maar met één iemand wil delen en een relatie wil”. Ik sla een hand voor mijn gezicht. Hij heeft me er weer in laten tuinen. “Dit was dus mooi de laatste keer dat je me weer lastigvalt me de verhaaltjes over je veroveringen”. Hij moet bulderen van het lachen. “Precies!”. Nu is hij me weer kwijt. “De hele avond én nacht was het een nymfomane en de volgende ochtend gaat het uit het niks ineens over kinderen en trouwen”. Ik schud mijn hoofd. “Je hebt haar nèt als mij dus dubbel genaaid”, zeg ik spottend. Hij schudt zijn hoofd. “Just the opposite”, “Hoe bedoel je?”, “Zoals ik het zeg. Ze was volstrekt duidelijk dat ze puur naar spanning op zoek is en domme dingen wil doen om daarna het omgekeerde te zeggen”, “Je hebt gewoon een kwetsbare vrouw gebruikt”, “Precies. Dat is wat ze zelf gelooft en anderen wil laten geloven. Er was niks en dan ook niks dat hier op wees”. Hij lijkt mij nu ook als zijn relatietherapeut te zien. “Wat kan ik hier zakelijk mee?”, “Weet je nog die COO?”, “Ja, die was niet goed bij haar hoofd”. Hij knikt. Plotseling valt het kwartje. “Volgens mij begrijp je het”, “De nacht zelf was wel goed?”. De grijns op zijn gezicht wordt zowaar nog groter. Ik wijs met mijn vinger naar hem. “Het was dus wél een lekker liegebeest”. We barsten allebei in lachen uit.