Simpel administratief baantje

Tijdens een internationale treinreis raak ik in gesprek met een leuke jonge vrouw die tegenover mij zit. “O, dus je bent een héél grote directeur”, zegt ze tegen mij. “Nou, nou, dat valt wel mee”, zeg ik met valse bescheidenheid. “Vergeleken met mij ben je al snel een héél grote man”, zegt ze. “Dat zal toch wel meevallen”. Ze schudt haar hoofd. “Echt niet hoor”. Ik kijk haar verbaasd aan. “Wat doe jij doen?”, “Nou, ik heb een simpel administratief baantje”, “Wat doe je dan precies?”, “Ik werk voor een medisch ethische toetsingscommissie van een academisch ziekenhuis”. Dat zegt mij helemaal niks. Al voel ik mij wel enorm op mijn gemak. Een super leuke vrouw tegenover mij die flink niveau lijkt te hebben echter gewoon een baantje heeft dat niet zoveel voorstelt. Ik praat honderd uit tegen haar en vertel haar dingen waar ik normaal wat voorzichtiger over zou zijn. “Wat doe je dan precies voor die commissie?”, “Nou, ik doe interviews met onderzoekers zoals hoogleraren en medisch specialisten zodat de commissie op basis daarvan kan beoordelen of medisch-wetenschappelijk onderzoek ethisch verantwoord is”. Dat klinkt toch wel sophisticated. Ik besluit haar uit te nodigen voor een lunch in de restauratiewagon van de trein. “Weet je het zeker dat je dat wel met mij wilt?”. Hemeltje wat een lieve kwetsbare vrouw heb ik toch mee te maken. “Natuurlijk, jonge dame. Het zou een eer zijn als je mij bij de dis zou willen vergezellen”, zeg ik op deftige toon. Het eten in de trein is oké al is vooral het gezelschap bijzonder aangenaam. Wat een heerlijk gevoel geeft deze vrouw mij toch. Op het moment dat de trein mijn station bereikt wisselen we snel telefoonnummers uit waarna ik de trein uit ga. Later krijg ik nog een appje van haar waarin ze mij bedankt voor het fijne gezelschap. Ik begin me nu toch wel nerveus te voelen want ik heb er toch wel veel verteld. Wanneer ik op zoek wat de commissie waar zij voor werkt doet dan blijken vrijwel alle administratieve medewerkers een academische graad te hebben. De volgende ochtend stuurt ze me een appje met de vraag of ik zin heb om wanneer ze terug is van het medisch congres, eens af te spreken. “Sorry, jij bent eng. Ik durf niet meer!”, “Haha, meneer de grote directeur!”, appt ze terug.