Knuffel

Mijn telefoon gaat terwijl ik net bezig ben een paar documenten aan de papiervernietiger te voeren. “Ja, waar moet ik zijn?”, hoor ik een vrouwenstem aan de andere kant van de lijn zeggen. Het blijkt de vrouw te zijn waar ik al langer aangenaam contact mee heb. Vandaag geeft ze leiding aan haar team bij de vestiging van haar werkgever die dicht bij ons kantoor zit. Ik was daar naar toegereden om een selfie te maken. Die had ik naar haar gestuurd. Dat had vermoedelijk de nodige spanning bij haar veroorzaakt. In reactie daarop had ze mij vertelt dat ze ná werktijd wel bij mij langs zou komen. Het is nog net geen vier uur en ik heb nog helemaal géén tijd gehad om voorbereidingen te treffen voor haar komst. “Je staat al voor het gebouw. Wanneer je je meldt bij de receptie dan sturen die je door naar ons”. Binnen enkele minuten zie ik haar dan werkelijk. “Wow!”, is het enige dat ik weet uit te brengen. “Ik had welkom verwacht, maar daar doe ik het ook voor”, zegt ze plagerig. Totale ontspannenheid maakt zich van mij deel. Helaas lijkt zij minder ontspannen te zijn dan ik. Onze gesprekken gingen altijd over hoe wij samen héél gaaf een nieuwe venture zouden gaan bouwen. Tot mijn verbazing loopt ze nu juist leeg over haar privé leven. Opvallend is daarbij dat ze het woord “sancties” gebruikt in relatie tot haar ex-partner. De manier waarop ze om haar heenkijkt kan ik niet anders dan als “taxerend” beschrijven. Ze lijkt zich helemaal niet prettig te voelen en al snel besluit ze te willen vertrekken. Wanneer we samen de trap aflopen laat de zool van één van haar hakjes die haar deux-pièces perfect complementeren los. Ik vraag haar eenmaal buiten of ze toch geen zin heeft om het gesprek onder een etentje voort te zetten. Ze geeft aan toch liever naar huis te gaan. Daarna geeft ze me een knuffel, stapt in haar auto en rijdt weg.