Jaarrekening

Wanneer ik de blog van de directeur van een brancheorganisatie lees sta ik perplex. Het verhaal dat deze neerzet komt over als een mengelmoesje van verschillende concepten die gecombineerd geloofwaardig moeten lijken. Er moet een soort keurmerk komen om de betrouwbaarheid van IT-dienstverleners te kunnen garanderen. Daar ben ik het helemaal mee eens omdat in het huidige IT-landschap je de bomen door het bos niet meer ziet. Alleen dit verhaal lijkt te rammelen. Mijn vermoeden wordt bevestigd wanneer ik een vergelijking lees met jaarrekeningen. “Daarvoor is een systematiek nodig die we kennen van de financiële jaarrekening, in feite een rapportagestandaard die voldoet aan wettelijke eisen. Met een jaarrekening weten we immers genoeg om zekerheid te hebben over hoe het er financieel voor staat en of de organisatie in control is. No further questions asked.” Mijn lieve hemel. No further questions asked. Bij een jaarrekening. Natuurlijk zal een jaarrekening een getrouw beeld van de financiële toestand in het verleden moeten geven. Nu moet ik ook weer aan die verschrikkelijke journalist denken. Die had juist allemaal vragen naar aanleiding van onze jaarrekening. Ook bij onze concurrenten waarvan hij de jaarrekeningen onderzocht heeft leidde de jaarrekeningen toch altijd weer tot nadere toelichtingen van hun directies. Juist omdat de cijfers die erin zijn opgenomen moeten worden geanalyseerd en geïnterpreteerd. De toelichting op de jaarrekening wordt ook door directie van de onderneming zelf geschreven. Een onafhankelijke accountant zal bij een controle kijken of de directie dat gedaan heeft conform de wettelijke regels. De account gaat echter niet op de stoel van de directie zitten en zal vooral aanslaan wanneer er sprake is van onzekerheid over de continuïteit die uit de financiële cijfers blijkt. De blog van de directeur roept daarom bij mij vooral de vraag op of de brancheorganisatie zelf wel in control is. Het roept ook de vraag op of dat het no further questions asked misschien niet op de jaarrekening van de brancheorganisatie zelf slaat. Er is duidelijk één post waar vraagtekens bij gesteld zouden moeten worden tenzij deze post nihil is. Dan is het nog te begrijpen dat deze niet ter discussie gesteld is.

Champagne

Om het jaar goed af te sluiten haal ik tijdens de lunch een leuk flesje champagne. “Die is voordeliger met airmiles”, zegt de slijter wanneer ik aan de beurt ben. “Alleen heb ik geen Airmiles”, reageer ik. De slijter lijkt iets anders met zijn opmerking beoogd te hebben zo maak ik uit zijn reactie op. Ik ga weer gewoon aan het werk en loop aan het einde van de middag het kantoor van onze CFO in. “Je laat er geen gras over groeien”, zegt hij triomfantelijk wijzend naar de fles champagne die ik in mijn hand heb. De flutes die ik in mijn andere hand heb zet ik op zijn bureau waarna ik de fles zorgvuldig open maak zodat deze amper geluid maakt. “Je bent het nog steeds niet verleerd”. Ik knik. “Sommige dingen verleer je nooit”. Wanneer de glazen zijn ingeschonken zeggen we allebei luid: “Cheers!” om vervolgens een slok te nemen. De champagne kan ons beiden niet echt bekoren. “Dit is wel beter dan die bocht van een prosecco die we laatst hadden”. Ik zucht diep. “Inderdaad ja, aanzienlijk beter”. We drinken onze glazen leeg alleen houden het dan allebei toch maar bij één glas. “Het is duidelijk dat ik toch voor de Möet had moeten gaan”. Hij knikt instemmend. “Het is toch apart. Pommery mag iets goedkoper zijn alleen herinner ik het me als een uitstekende champagne”. Hij schudt zijn hoofd. “Bij de volgende teamborrel Möet. Ik zag dat ze de variant die je met ijs drinkt bij onze vaste locatie op de kaart hebben staan”. Die opmerking maakt me dorstig. “Des te meer reden om het stuwen van ons resultaat volgend jaar op de eerste plaats te zetten”. Na een bulderlach zegt hij: “Precies. Resultaat betekent voor jou champagne drinken!”. In de pantry vind ik een champagnesaver waardoor ik de fles Pommery mee naar huis kan nemen. Bij het avondeten schenk ik voor mezelf toch nog een glaasje in. Plotseling proef ik de unieke Pommery smaak. Dit is écht zalig. Het duurt dan ook niet lang voor dat de fles leeg is. Zo blijkt weer dat ook het doorgronden van een champagne iets is dat je moet leren. Dit is op en top genieten. Al zal ik bij de volgende teamborrel toch weer voor een meer toegankelijkere Möet of Bollinger kiezen.

Afleiding

Zodra ik ons kantoor inloop stapt onze CFO op mij af. “Goedemorgen, nog frisse ideeën over hoe we meer resultaat kunnen boeken?”. Hij lacht triomfantelijk. “Zo zou je het kunnen zeggen”, “Oké, nou vertel. I’m all ear!”. Hij zwijgt even. “Gisteren was ik weer in leuk vrouwelijk gezelschap”. Ik zucht. “Oké, hier heb ik dus géén zin in!”, zeg ik resoluut. Hij schudt zijn hoofd. “Wacht even. We bestelden allebei een kopje thee. Het koekje bij haar kopje viel op het dienblad in wat over de rand gelopen theewater. Daarna legde de serveerster het doodleuk weer terug bij haar kopje”. Ik wist niet wat ik zag en mijn gezelschap vond het schandalig. “Oké, nou ik heb genoeg gehoord. Ik dacht dat dit over business zou gaan”. Hij zucht weer. “Precies, ik denk dat de serveerster mij iets duidelijk wilde maken over mijn gezelschap”. Nu moet ik triomfantelijk lachen. “Het is hoe dan ook héél erg smerig”, “Juist”, zegt hij gelaten. “Het werd zowaar nog erger”. Dit begint een welkome afleiding te worden voor mijn eigen sores. “Toen ik aan het einde van onze afspraak na twee kopjes thee nog even naar het toilet was geweest”. Ik laat hem niet uitspreken. “Toen had jij al afgerekend en vervolgens triomfantelijk geroepen dat er vandaag niet afgewassen hoeft te worden”. Hij wijst met zijn vinger naar mij. “Precies!”, “Je kreeg een uitnodiging om de afspraak elders voort te zetten?”. Hij zucht weer. “Nou niet bepaald”, “Wat?”, “Ze werd helemaal hysterisch dat ik zonder het aan haar te vragen al had betaald”. Ik sta perplex. “Beheerst legde ik uit dat ik dit altijd zo doe. En daar nam ze géén genoegen mee. Ze was helemaal van de leg”, “Mijn lieve hemel”, “Uiteindelijk kalmeerde ze maar dit was wel héél bijzonder”, “Alleen wat wil je me nou vertellen, dat wij net een getrouwd stel zijn?”, “Haha, nee! Ik heb zo’n vermoeden dat bepaalde groepen van onze klanten net zo op ons reageren alleen merken we dat niet. Door dat te veranderen kunnen we ons resultaat verder omhoog stuwen!”. Ik wijs met mijn vinger naar hem. “Top idee!”

Resultaat

Wanneer ik een kijkje neem op de website van twee jonge ondernemers die een innovatief nieuw concept zeiden te hebben kijk dan ben ik ernstig teleurgesteld. De heren hadden het over grootste plannen alleen lijkt daar helaas maar weinig van terecht te zijn gekomen. Ook op de sociale media is het verdacht stil. Ik vraag me toch sterk af of deze twee wel snappen wat het inhoud om een onderneming op te bouwen. In eerste instantie was ik erg enthousiast over het feit dat ze de bouwstenen die hun sector biedt zoveel mogelijk gebruikt hebben. De platgetreden paden zoveel mogelijk volgen en anderen het zware werk laten doen. Wat er echter uitgebleven lijkt is op dat fundament eigen dienstverlening ontwikkelen die verder gaat dan wat er al bestaat. Ik had verwacht dat ze de diepte in zouden gaan met het vooral verticaal integreren van hun onderneming in de markt. Ook zie ik nauwelijks horizontale integratie. Het komt op mij over alsof de onderneming vooral bezig is om zich te isoleren van de rest van de structuren en systemen in de markt. De spanning die ze daarmee bij hun concurrenten en leveranciers veroorzaken zal daarom ook telkens groter worden. Ik loop bij onze CFO binnen en vraag hem wat hij van de beide heren vindt. “Haha, ik wist het!”, “Hoe bedoel je?”, zeg ik geïrriteerd. Hij moet lachen. “Nou, denk je nou echt dat die twee echt iets voor elkaar zouden krijgen?”, “Natuurlijk”. Hij schudt zijn hoofd. “Je verlangde er gewoon naar om zelf weer een onderneming op te bouwen”. Hij zwijgt even. “Net als dat je zelf weer aan onze software ging bouwen”, “En wat heeft dat ermee te maken?”, “Alles”, zegt hij triomfantelijk. Ik zucht. “Je herkent jezelf in hen. Dat is mooi want je weet nu precies wat je zelf moet doen!”, “Volgens mij weet jij meer dan ik”, “Haha, nee hoor. Jij bent weer helemaal de oude”. Nu is hij me even helemaal kwijt. “Nou als jij het zegt”. Hij staat op. “Je bent weer uit je bubbel!”. Ik knik voorzichtig. “Dan kun je bij de volgende borrel weer champagne bestellen”, “Daar was jij toch op tegen?”, “Ik ben altijd vóór het vieren van resultaat!”, “Nu zijn we het met elkaar eens!”. Ik verlaat tevreden zijn kantoor.

Collega

Wanneer ik op de naam van die verschrikkelijke journalist Google zie ik op meerdere foto’s een bekend gezicht naast hem staan. Het is één van de docenten die ik had tijdens mijn MBA had aan de universiteit en ik weer student was. Mijn lieve hemel wat was die docente verschrikkelijk slecht. Zelf pakte ik altijd wanneer de docente weer eens uitliep mijn boeken al demonstratief in om de docent onder druk te zetten. Zij eigende immers mijn tijd onterecht toe. Daar opmerkingen over maken had géén nut bij deze vrouw die duidelijk een bord voor haar kop heeft. Dus dat was niks anders dan een verzetsdaad. De andere professionals die net als ik ook op tijd naar huis wilden konden er altijd smakelijk om lachen wanneer ik dat openlijk en demonstratief deed. Het blijkt zo te zijn dat de docente binnen een ander verband samenwerkt met die verschrikkelijke journalist. Het doet pijn aan mijn ogen om te zien hoe die verschrikkelijke journalist wel iemand lijkt die werkzaam is op de Zuidas op die foto’s. Het verklaart ook waarom die verschrikkelijke journalist géén grenzen heeft en gewoon doet wat die wil. De partijen waar hij mee te maken heeft zijn volledig aan hem overgeleverd. Die durven helemaal geen weerwoord te geven tegen zo’n man van groot statuur. Hij zal dat ongetwijfeld zelf niet eens opmerken net zoals de docente niet opmerkte dat iedereen gewoon op tijd naar huis wilde zij toch gewoon vrolijk door bleef gaan alsof er niks aan de hand was. Zo blijkt weer duidelijk soort zoekt soort. Het beeld dat ik van de wereld heb klopt weer helemaal. Die verschrikkelijke journalist voelt zich prettig in een omgeving waarin hij iedereen lekker kan onderdrukken. Gelukkig had ik tijdens mijn MBA ook een andere docent die onderzoek deed naar onderdrukking van mensen door dictatoriale regimes. De docent vertelde eens dat zijn contract niet zou worden verlengd omdat hij te kritisch was op het management van de faculteit. De meester, zoals één van mijn mede-studenten hem noemde, heeft ons een doeltreffende methode geleerd om met repressie om te gaan. Die komt goed van pas met die verschrikkelijke journalist in de buurt.

Anbellen

In het display van mijn telefoon zie ik een nummer dat begint met +49 verschijnen. Het blijkt de collega te zijn van een Duits bedrijf die ik al een tijd niet gesproken heb. “Wie geht es Ihnen Herr Doctor?”, “Es geht schon ganz gut. Wie geht es Ihnen?”, “Alles bestens. Darf Ihnen fragen warum Sie mir anbellen?”. De aanvankelijke stilte die volgt maakt plaats voor een luid gelach. “Wie bitte?”, “Sie haben gerade etwas gesagt das nicht ganz stimmt”, “Wie meinen Sie das denn bitte?”, “Bellen ist etwas das ein Hund tut”. Mijn lieve hemel volgens mij heb ik zojuist gezegd dat hij tegen me zat te blaffen. “Das tut mir sehr leit Herr Doctor”, “Das führt nur zu Spaß. Das macht gar nichts”. Gelukkig maar. “So warum habe ich dann die Ere Sie mal wieder zu sprechen?”, “Es ist wieder am ende des Jahres und ich dachte schön das es gut war ein bisschen auf zu holen”. Een geanimeerd gesprek volgt. Daarnaast wijst mijn Duitse collega mij op het feit dat de Universität Bremen een open college reeks management heeft die hij mij van harte aanbeveelt als inspiratie om mijn zakelijke Duits naar een hoger plan te tillen. In eerste instantie ben ik wat terughoudend. Al blijkt het naast inhoudelijk ijzersterk ook nog eens vermakelijk. Vooral omdat de jonge dame die na elke twee hoorcolleges een interview met de professor doet nogal amicaal is. Het Duitse woord “anbellen” komt bij me op al blijkt het woord “anmachen” meer op zijn plaats te zijn. Het valt me ook op dat de professor telkens geïrriteerder raakt door de jonge dame die hem interviewt. Aan het einde van de collegereeks blijkt haar rol plotseling overgenomen te zijn door een andere jonge dame die een stuk meer stijl en klasse heeft en ook snapt hoe een professor bejegend dient te worden. Het verschil is echt enorm. Wanneer ik mijn collega een week later bel om te vragen of hij mij hier mee duidelijk wilde maken dat hij mij ongemanierd vindt zegt hij lachend. “Sie sind ein Hollander. Das Sie ein bisschen locker sind ist dem Grund das ich Sie gerne mal Anrufe”, “Sehr schon sondern werde ich doch versuchen das auch ganz richtig zu tun”, “Das ist dem zweiten Grund”. Ik moet lachen. “Tolle Sache. Wir sollen uns Mal wieder treffen”, “Das wird mir auch große Freude machen”.

403-verklaring

Wanneer ik maandagochtend mijn mail controleer zie ik een bericht van onze advocaat met als onderwerp: “403-verklaring”. Denkt onze advocaat de leukste thuis te zijn of zo. Ik had hem namelijk gevraagd om te onderzoeken hoe we die verschrikkelijke journalist minder inzicht in ons bedrijf kan krijgen. “De mogelijkheid bestaat om de jaarcijfers…” Nu denkt onze advocaat dus zelf de IT’er uit te hangen want 403 is natuurlijk de HTTP statuscode voor “Toegang geweigerd”. Wanneer ik de mail open blijkt de vork toch net even anders in de steel te zitten. Er blijkt namelijk ook een artikel 2:403 BW te zijn. Dat geeft de mogelijkheid om de jaarcijfers van alle vennootschappen waar ons bedrijf uit bestaat op groepsniveau te consolideren én enkel die jaarrekening hoeft dan nog te worden gepubliceerd. Helaas blijkt er wel een addertje onder het gras te zijn: “Hou er wel rekening mee dat er dan ook een verklaring ex. art. 2:403 lid 1 aanhef en onder f BW moet worden gedeponeerd bij het handelsregister waarin de holding zich aansprakelijk stelt voor de uit rechtshandelingen van de rechtspersoon voortvloeiende schulden”. Dat klinkt meer als van de regen in de drup. Die verschrikkelijke journalist en andere derden hebben geen toegang meer tot de jaarcijfers op niveau van onze individuele vennootschappen alleen die aansprakelijkheid die zich eveneens naar de holding verplaatst klinkt nou niet bepaald als een fijn vooruitzicht. Ik bel onze advocaat even over het advies en vraag hem waarom hem waarom hij denkt dat dit een goed idee is. “Je hebt helemaal gelijk. Het is net wat je belangrijk vindt. De 403-verklaring is een mogelijkheid. Daarnaast kan een holding onder omstandigheden al aansprakelijk zijn voor schulden van dochters”, “Huh?”, zeg ik verschrikt. “Wat zeg je nou?”, “Ja, er is daar jurisprudentie over, zoals bijvoorbeeld het Albada Jelgersma en het Osby arrest”, “Dus die 403-verklaring maakt niet zoveel uit”, “Natuurlijk wel alleen is het geen wet van meden en perzen. Dat zie je ook bij bestuurdersaansprakelijkheid. Daar zijn ook nog best wat mogelijkheden toe”. Ik begin nu toch wel nerveus te worden. “Dit vertel je me toch niet alleen omdat je wil dat ik een afspraak met je maak?”. Onze advocaat moet lachen. “Natuurlijk niet. Dat zou mogelijk zelfs tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn. Wat betreft bestuurdersaansprakelijkheid. Daar kun je je ook voor verzekeren”, “Laten we binnenkort toch maar even verder praten over die 403-verklaring”. Dit is toch weer pittiger dan gedacht.

Takedown

Een collega wijst mij er op dat er een nogal twijfelachtig bericht op het internet verschenen is over ons bedrijf. Zo zouden wij verschrikkelijke oplichters zijn. Al snel krijg ik ook een e-mail aan een van onze relaties doorgestuurd. Een mij onbekende vrouw heeft hen gemaild met een heel relaas over ons dat kant noch wal raakt. “Het lijkt mij niet bepaald iemand die dit gestuurd heeft uit een zakelijk motief. Dus vooral succes ermee gewenst!”, sluit de CEO van onze relatie zijn mail af. Ik sta perplex en begrijp er helemaal niks van. De e-mail is ook niet gestuurd vanaf een zakelijke e-mailadres. Het betoog van deze vrouw dat in vergelijkbare woorden online staat wil ik van het internet af hebben. De website waar de vrouw haar verhaal doet blijkt van die verschrikkelijke journalist te zijn. Mijn lieve hemel. Dat kon ik er niet bij hebben. Op hoop van zegen stuur ik een mail naar het redactie e-mailadres. Al snel krijg ik van hem persoonlijk een reactie terug: “Bedankt voor uw mail. Gelet op de context hoort dit verhaal niet thuis op ons platform. Daarom de bevestiging dat dit ze zojuist is verwijderd.” De wonderen zijn duidelijk nog niet de wereld uit. Nu resteert de vraag waar dit vandaan komt. Ik stuur de e-mail door naar het MT en ondertussen twijfel ik of ik contact met de vrouw in kwestie moet opnemen. Plotseling komt onze CFO mijn kantoor in gestormd. “We moeten haar aanklagen!”, zegt hij direct. “Sorry, ik kan je niet volgen”, “Ja, die e-mail”, “Oké, maar is dat niet een beetje voorbarig?”, “Nee, want ze had al aangekondigd dit te doen”. Ik sta perplex. “Hoe bedoel je?”, “Nou…”, “Dit is weer een vriendin van je?”, “Nou ja, was”, zegt hij terwijl hij rood aanloopt. “Oké, dan ga je dit dus ook zelf oplossen én daarna wil ik een hartig woordje met je spreken”. Hij kijkt me schaapachtig aan. “Succes!”. Hij verlaat zonder nog een woord te zeggen mijn kantoor. Wanneer ik haar naam op Linkedin opzoek blijkt het een bloedmooie vrouw te zijn die zelf directeur is van een bedrijf buiten onze branche. Hij heeft wel smaak.

Zelfscan

Om even uit de sfeer te zijn vind ik het lekker om ’s middags even alleen naar de supermarkt te gaan. Deze week ben ik voor de afwisseling naar een andere supermarkt gegaan dan gebruikelijk. Wanneer ik naar binnen loop zie ik een jonge vrouw naar binnen gaan. Het is niet haar gemiddelde aantrekkelijkheid die haar verschijning opvallend maken. Een gevoerde winterjas weten bepaalde andere eigenschappen van haar vrouwelijke lichaam namelijk niet te maskeren. Het kost mij wat moeite om alles dat ik wil hebben te vinden maar uiteindelijk lukt het me dan. Tevreden met wat ik bij elkaar gescharreld heb ga ik richting de kassa. Voor mij bij de kassa staat de jonge vrouw die mij eerder opgevallen was. Er zit gelukkig een iets oudere vrouw achter de kassa dus ik acht de kans klein dat haar verschijning tot oponthoud bij de kassa zal leiden. Om mijn boodschappen mee te nemen pak ik een tasje die ik bovenop mijn boodschappen leg. Wanneer ik eenmaal aan de beurt ben valt het mij op dat de caissière eerst mijn boodschappen afrekent die onder het tasje liggen. Als laatste slaat ze het tasje pas aan. Wanneer ik vervolgens wil pinnen valt mij op dat het bedrag dat ik moet afrekenen bijna 15 euro is. Ik vraag me af wat er fout is gegaan. Plotseling valt mijn oog op een bedrag van bijna 10 euro. “Ik zie twee zakken aardappels staan, dat klopt volgens mij niet”. De kassiere lijkt vreemd genoeg weinig verbaasd. Na het van de bon halen van de zakken aardappels loopt ze nadrukkelijk al mijn boodschappen nog een keer na om te kijken wat er fout is gegaan. Het kost even tijd voor dat ze de twee Duitse broodjes in het oog lijkt te krijgen. “Die heb ik verwisseld met de aardappels extra kruimig” merkt ze op. Na een zucht rekenen ik alsnog met mijn pinpas af om vervolgens mijn boodschappen in te laden. Ik krijg plotseling veel meer waardering voor de zelfscan mogelijkheid in winkels.

Bureaucraat

In een sollicitatie voor onze functie van commercieel directeur zie ik hoe een vrouw zichzelf als een echter hunter beschrijft. Dat klinkt leuk alleen vraag ik me af of dit iemand is die ik aan ons MT wil toevoegen. De sollicitatie zet ik door naar onze CFO. Het duurt niet lang of hij komt mijn kantoor ingelopen. “Die moeten we hebben”, zegt hij vol enthousiasme. Mijn twijfels zie ik nu bevestigd. “Wat maakt jou zo enthousiast?”. Hij kijkt mij met een vurige blik aan. “Haar huntersmentaliteit natuurlijk”. Mijn lieve hemel. Ik zucht. “Je lijkt minder enthousiast?”, zegt hij verbaasd. “Dat is dus precies waar ik moeite mee heb”. Onze CFO ademt diep in. “Dat is jouw probleem. Je bent zo’n verschrikkelijke bureaucraat die alles strikt volgens de regels wil doen”. Ik haal mijn schouders op. “En wat is daar mis mee?”. Hij zwijgt even. “Nou dat zal ik je vertellen”, zegt hij op felle toon. “Jij mag dan wel lekker de bureaucraat willen uithangen. Ik ga over de financiën. We hebben alle potentie om de nieuwe marktleider te worden. Dat lukt niet als we het braafste jongetje van de klas blijven”. Het idee om zo’n vrouw aan te nemen en haar tot MT-lid te maken bevalt mij niet. “Weet je dat is dus jouw probleem. Je spreekt altijd over torenhoge ambities maar doen wat noodzakelijk is ho maar!”, gaat hij verder op felle toon. Ik staar beduusd voor me uit. “Oké, alleen heb ik dus géén zin in zo’n haaibaai als de COO van onze concurrent”. Hij kijkt me triomfantelijk aan. “Zolang ze jou toch niet bespringt is er toch niks aan de hand?”. Ik kan niet anders dan lachen. “Dat is waar ja. Het is gewoon zwaar uit mijn comfortzone”. Hij kijkt me tevreden aan. “Precies, en dat maakt zulke vrouwen onweerstaanbaar”. Ik begrijp de relatie tussen hem en zijn vriendinnen in één keer een stuk beter. “You’re the expert. Dus ik ga haar uitnodigen!”