Integriteit

Mijn mond valt open van verbazing als ik een mail open die onze medewerker die we tot functionaris gegevensbescherming hebben gemaakt mij heeft gestuurd. Hij wil met mij praten over de manier waarop de algemene verordening gegevensbescherming toegepast wordt in ons bedrijf. Hij heeft er namelijk twijfels over of ik die als CEO wel goed begrijp. “De grap met de papiervernietiger die u als ideeënbus had bedacht omdat dit volgens u volledig GDPR-proof is, laat mij twijfelen of u de GDPR wel begrijpt. Graag plan ik als DPO daarom op een zo kort mogelijke termijn een afspraak met u over de toepassing van de verordening in ons bedrijf”. Na het inwinnen van rechtskundig advies hebben wij een functionaris gegevensbescherming aangesteld alleen dit was nou niet bepaald de bedoeling. Als hij een gesprek wil dan kan hij dat meteen krijgen. Ik loop richting zijn werkplek en vraag hem om meteen even met mij mee te komen naar een vergaderruimte. “Nou, zeg eens, wat is er mis  met mijn kennis over de algemene verordening gegevensbescherming”. Hij kijkt mij met een wijze blik aan. “Hoe kan het fout zijn om ervoor te zorgen dat persoonsgegevens vernietigd worden, of wil je beweren dat iemand de confetti die de papiervernietiger produceert nog aan elkaar kan lijmen?”. Hij schudt zijn hoofd. “U slaat de spijker op zijn kop”, “Nou, dan wat zit je dan interessant te doen?”, “Volgens mij bent u degene die dat doet”. Ik moet moeite doen om niet in woede uit te barsten. “Wil je soms dat dit je laatste werkdag is?”. Hij kijkt mij vol zelfvertrouwen aan. “U bent écht niet thuis in de GDPR. Dat is wel duidelijk”. Mijn woede nog langer voor mij houden lukt mij niet meer. “Wie denk je in godsnaam wel niet dat je bent?”, “De data protection officer van dit bedrijf”, “Precies en ik ben de CEO”. Hij knikt beheerst. “Wil je dat ik je ontsla?”, “Dat mag u niet”, “Maak je geen zorgen onze advocaat regelt dat wel even”, “Precies mijn punt. In de GDPR staat een ontslagverbod voor de DPO”. Die had ik niet zien aankomen. “Verder stelt de GDPR ook als eis dat integriteit en beschikbaarheid van persoonsgegevens gegarandeerd is. Dat is wat lastiger na een verwerking door een papiervernietiger”. Daar heeft die een punt. Ik tel in gedachten tot tien. “Oké, bedankt voor je waardevolle feedback”. Ik loop verbouwereerd terug richting mijn kantoor.

Serieus genomen

Het is altijd erg belangrijk om goed naar je mensen te luisteren. Een administratief medewerker kwam naar mij toe met de suggestie om een ideeënbus te maken zodat medewerkers makkelijk hun aanbevelingen, klachten en suggesties aan de directie bekend kunnen maken. Dat vind ik nou een top idee. Lekker ouderwets op een briefje schrijven waar je aan denkt en dat dan deponeren in een fysieke bus. Periodiek haalt een andere medewerker het briefje er dan uit, die het dan weer op de mail zet naar degene voor wie het relevant is en die kan er dan weer feedback op geven aan degene die het idee gedeponeerd heeft. Kijk dat zijn nog eens ideeën waar ik iets mee kan. Daarom open ik mijn tekstverwerker en maak ik een briefje met de tekst: “Ideeënbus” en daaronder: “Aanbevelingen, klachten en suggesties graag in de gleuf hieronder invoeren.”. Dit is perfect. Om het nóg laagdrempeliger te maken denk ik dat het goed is om de ideeënbus te plaatsen op een plaats waar iedereen zomaar bij kan. Nu zit daar wel een probleem want de ideeën kunnen vertrouwelijk zijn. Daarnaast is er ook nog de algemene verordening gegevensbescherming die voorschrijft dat een bepaald regime voorschrijft voor persoonsgegevens. De medewerker die het briefje deponeert zal zijn persoonsgegevens er op zetten. Mogelijk gaat het ook nog eens om gevoelige persoonsgegevens. Stel dat het bijvoorbeeld om een medewerkster gaat die zwanger is die een bepaalde wens heeft. Dat zou dan zomaar kunnen gaan om bijzondere persoonsgegevens. Het is natuurlijk een groot risico wanneer die persoonsgegevens uitlekken. De ideeënbus moet aan hoge eisen voldoen wat betreft de verwerking van persoonsgegevens. Wanneer ik met het door mij gemaakt briefje door het bedrijf loop zie ik plotseling die ideale oplossing die aan alle eisen voldoet. “Dit is perfect!”, zeg ik hardop. “Een collega kijkt naar het briefje dat ik in mijn hand heb en mij vervolgens verbaasd aan. “Sorry?”, “De baas is weer bezig om een praktische oplossing voor een ingewikkeld probleem te vinden”. Ze kijkt mij tevreden aan. “Mag ik vragen wat die oplossing is?”. Ik vouw mijn briefje zodanig dat het rechtop blijft staan en breng mijn idee in de praktijk. “Ik kan de baas nu echt niet meer serieus nemen hé”, zegt ze lachend om vervolgens mijn briefje triomfantelijk in te voeren in de ideeënbus.

Diepgaande kennis

Wanneer ik het nieuws doorneem dat er over andere partijen in de markt wordt geschreven dan wordt ik daar nou niet echt wijzer uit. Het is natuurlijk leuk om te lezen dat een concurrent een leuke klant heeft binnengehaald of een nieuw product lanceert. Helaas word ik weinig wijzer van wat er écht in de markt speelt. Er is vooral aandacht voor zaken die afwijken en niet meer gewoon voor de business waar we in zitten. Ook van de persberichten die andere IT-bedrijven verspreiden word ik weinig wijzer. Hier is precies dezelfde trend zichtbaar. Het is één grote goed nieuws show. Dat is belangrijk om bij te houden maar toch word ik er weinig wijzer van. Het is puur het beeld dat men zelf wil laten zien. Het probleem lijkt ook dat de paar overgebleven IT-journalisten zodanig generalistisch zijn dat ze eigenlijk geen flauw idee hebben waar het over gaat. Bij gebrek aan kennis en kunde over onze sector pennen ze braaf op wat een partij waar ze mee spreken ze voorspiegelt. Toen we tien jaar geleden een persbericht lieten uitgaan werd ik nog meteen gebeld door verschillende journalisten en elke maand had ik wel een IT-journalist aan de lijn om over onze business te praten of als bron te functioneren. Dat is toch eigenlijk te bizar voor woorden. Het belang van onze sector is groter dan ooit én het aantal journalisten met diepgaande kennis van de sector is juist drastisch afgenomen. Ook kom je nauwelijks journalisten meer tegen wanneer ik buiten de deur ben. Toen ik in een panel zat om te praten over het verantwoordelijkheid nemen van de sector werd ik na afloop meteen kritisch ondervraagd door een aanwezige journalist. Wanneer ik nu naar dergelijke bijeenkomsten ga is er überhaupt geen enkele journalist meer in de zaal aanwezig. Aan de andere kant met deze blog vul ik dat gat natuurlijk zelf. Dan weten mensen mooi wat er bij ons speelt en krijgen wij aandacht. Het is alleen erg jammer dat afgezien van de zelfbevlekkingsmedia er nauwelijks meer structureel aandacht meer is van journalisten voor het werk van bedrijven als het onze.

Flink pittig

Wanneer ik het programma van eisen van de aanbesteding waar ik op wil inschrijven nog eens goed doorneem dan verbaas ik mij erover hoe strikt die wel niet zijn. “Uw oplossing dient te voldoen aan de Archiefwet, het Archiefbesluit en de Archiefregeling, NEN-2082, NEN-ISO 15489 en 23081-1, ISO 16363, ISO 14721, Algemene Wet Bestuursrecht, Wet Eenmalige Gegevensuitvraag, Algemene verordening gegevensbescherming en Wet openbaarheid van bestuur”. Wanneer ik dat eenmaal voor mezelf uitgesproken heb merk ik dat het mij even duizelt. Dat ik even terug was in mijn oude rol als developer was hiervoor een goede opmaat. Dit voelt als de kans op promotie naar de Champions League. Er zijn zoveel eisen waar aan moeten worden voldaan dat dit écht alles van ons gaat vragen om er aan te kunnen voldoen. Ook van onze developers en andere medewerkers want die zullen moeten waarmaken wat wij in onze inschrijving gaan beloven. Daarnaast zal het ook de kunst zijn om onze CFO gelukkig te maken want om de economisch meest voordelige inschrijving te zijn zal de prijs die wij offeren ook scherp moeten zijn. Ik vraag me even af of dit niet een brug te ver voor ons is. Mijn secretaresse vraag ik om haar mening. “Dat is flink pittig inderdaad. Wat als we hier aan gaan voldoen én we de aanbesteding niet winnen?”. Ik zucht even en kijk haar geïrriteerd aan. “Natuurlijk gaan wij dit winnen!”, “Uiteraard”, zegt ze laconiek, “Alleen stel je voor dat”. Daar heeft ze een punt. “Dan is dit allemaal voor niks geweest inderdaad”, “Is dat zo?”, “Ja, want dan staan wij met lege handen en gaat iemand anders er met de opdracht vandoor”, “Dus ik werk voor een loser die meteen opgeeft zodra die één keer verliest?”. Wat denkt ze wel niet. “Nee, natuurlijk niet”, zeg ik boos. “Nou, precies. Er komt daarna vast wel weer een aanbesteding met vergelijkbare eisen voorbij”, “Juist”, “Dan gaan we die óók winnen!”, zeg ik vol zelfvertrouwen. “Win eerste deze maar”, “Juist!”. Mijn honger om deze aanbesteding te winnen is in één keer nóg groter geworden. Ik heb er zin in!

Aanbesteding

Wanneer ik onze CFO tijdens de lunch spreek verzucht ik dat ik een uitdaging mis. “Nou, dat komt mooi uit want ik heb iets dat gunstig voor onze omzet kan zijn”. Kijk dat is het betere werk. “Op Tenderned zag ik net een opdracht voorbij komen die perfect bij ons past. Dit gaat over bijna seven-figures”. Wat krijgen we nou. “Jaja, wellicht kunnen onze medewerkers die anders seksueel georiënteerd zijn wel werk voor ons vinden op Grindr”. Hij barst in lachen uit. “Nee, Tenderned. Dat is de portal met alle openbare aanbestedingen in Nederland”. Ik voel me even heel achterlijk. “O, natuurlijk. Wat heb je gezien?”, “Een opdracht die een kolfje naar ons hand is. Er is wél één dingetje waar jij wat minder enthousiast van wordt”. Oké, nu komt er toch weer een vriendinnetje van hem tevoorschijn. “Er is door de aanbestedende partij een social return on investment eis gesteld”, “Dat betekent dat we een vriendinnetje van jou moeten inhuren of zo?”, “Dat komt in de richting”, “Hoe bedoel je?”, “Nou, dat betekent dat we periodiek moeten verantwoorden dat wij personen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben voor het project hebben ingezet én daar ook op persoonsniveau over moeten rapporten wanneer we de opdracht krijgen”. Ik weet even niet wat ik te horen krijg. “Dus, het komt er op neer dat wij dan als opdrachtnemer verplicht mensen die elders niet aan de bak komen moeten inzetten?”. Hij knikt. “Dat moet dan ook op projectniveau?”. Hij knikt opnieuw. Ik zucht diep. “Dat is ongetwijfeld niet de enige eis die ze stellen”, “Precies”, “Ach, dat klinkt als een lekkere uitdaging om die aanbesteding binnen proberen te halen”, “Mooi ik mail je de link”, “Als we de COO van onze concurrent wegkapen, die is niet helemaal goed bij haar hoofd. Zou dat ook tellen?”. Hij moet proesten van het lachen. “Volgens mij niet”, “Jammer. Ik ga er mee aan de slag”. Wanneer ik de beschrijving van de opdracht bekijk verbaas ik mij over de eisen die ze stellen. De social return on investment eis is nog maar het topje van de ijsberg. Er is zelfs een programma van eisen. Onze CFO had het goed gezien. Dit is perfect en precies de uitdaging die ik nodig had.

Liefde

Ondanks dat ik weer gewoon de CEO ben, blijf ik met mijn hart en mijn gedachten bij onze developers. Ook wanneer ik het nieuws in de branche kijk dan valt mij op hoe weinig liefde er voor developers is. Natuurlijk wil elk bedrijf developers binnen halen want die zijn heel erg schaars. Helaas lijkt de liefde daar te eindigen. Wanneer ze eenmaal binnen zijn mogen ze hun kunstje doen en verder is er maar weinig aandacht voor hun werk. Laatst was er zelfs een bijeenkomst waarbij de techniek centraal stond afgelast omdat er géén sponsors voor gevonden konden worden. Daar zit voor ons een geweldige kans. Wanneer wij echt laten zien dat wij van developers houden. Dan kunnen wij daar enorm mee scoren. Op onze development afdeling zelf heb ik weinig te zoeken. Mijn handen uit de mouwen steken heb ik wel weer heel veel zin in gekregen. Een evenement waarbij de techniek centraal staat. Waarbij het niet om sales en leads gaat maar het echt om de developers en hun passie draait. Daar moeten juist de CEO’s en MT-leden van bedrijven juist ook bij aanwezig zijn. Natuurlijk kunnen wij hun werk niet doen. Ik denk dat veel van mijn collega’s zelfs zelf nooit een regel code hebben geschreven. Daar gaat het echter niet om. Het gaat er om dat wij als leidinggevenden snappen waar hun uitdagingen zitten. Ik loop bij onze office manager binnen. “Je wil nóg een keer naar de groothandel?”. Ik moet proesten. “Je komt in de richting”. Ze kijkt mij met grote ogen aan. “Hierbij heb ik jou hulp wel nodig”, “Oké, vertel”, “Nou, ik wil dat wij een evenement organiseren. Dat is meer jouw terrein dan dat van mij”. Ze zucht. “Oké, weet je wat, stuur me even een mail. Dan kijk ik er straks even naar”. Ik trek de deur van haar kantoor achter me dicht. Het is duidelijk dat ik dit zelf zal moeten gaan regelen. Dat is precies wat ik ga doen.

Directie

Nu ik al een paar dagen geen afspraken buiten de deur heb gehad merk ik hoe zwaar het mij valt om weer volledig in mijn rol als CEO te komen. Het is niet alleen dat onze medewerkers anders naar mij kijken. Het omgekeerde is namelijk net zo goed het geval. Toen vanmorgen één van de koffiemachines niet functioneerde heb ik zelf direct de service lijn gebeld. Toen ze mij vroegen naar mijn functie dachten ze dat ik een grapje maakte. Het plaatje klopte duidelijk niet voor hun. Dat zou meer iets voor onze office manager of mijn secretaresse zijn om te doen. Het voelt raar. Ik vind het leuk om zelf te doen. Het is een kleine moeite voor mij en hoe eerder die machine weer werkt hoe sneller iedereen weer op zijn normale tempo kan werken. Koffie is voor veel van onze medewerkers de brandstof waar zij op lopen. Dat geldt nóg sterker voor onze developers en juist de koffiemachine bij hun afdeling is kapot. Ik loop daarom bij onze office manager naar binnen. “Zou je twee treetjes Redbull kunnen halen, want onze developers funktionieren namelijk op cafeïne”. Ze kijkt mij onvergelijkt aan. “Doe het lekker zelf. Ik heb meer te doen!”. Zucht. Zelf doen. “Oké, als jij het pasje van de groothandel voor me hebt”. Ze trekt haar bureaulade open en haalt daar het pasje uit. “Je gaat écht zelf die kant op?”, “Natuurlijk”, zeg ik resoluut. “Dat komt mooi uit. We hebben nog een paar andere dingen nodig” en schrijft snel op een briefje de dingen die nodig zijn. Ik stap in de auto en ga richting de groothandel. Dat is lang geleden dat ik hier was. Heel anders dan de supermarkt. Ik race met gezwinde spoed richting de drankenafdeling. Daar pak ik twee treetjes Redbull van de stelling. Vervolgens kijk ik naar het lijstje van onze office manager. Het is nog best even zoeken om alles te vinden. Eenmaal op kantoor lever ik eerst de spullen bij onze office manager af om vervolgens trots met de Redbull richting de afdeling development te gaan. “Onze junior heeft koffie-iene gehaald” merkt één van hen op. “Juist ja. Enjoy”, zeg ik terwijl ik lach als een boer met kiespijn. De motivatie om mij weer volledig te richten op mijn rol als CEO is helemaal terug.

Relatiebeheer

Wanneer ik de deur van mijn kantoor achter me sluit bedenk ik dat ik toen ik zojuist ons pand ingelopen kwam iets zag dat ik niet wilde zien. Snel ga ik richting de lobby om het vakblad dat ik daar zag liggen weg te halen. Dat zo’n agressieve verkoper ons een interview in het blad wilde slijten was niet genoeg. De zelfbevlekking van onze concurrentie moet natuurlijk ook verspreid worden. Dat moet ik niet hebben dat onze bezoekers kunnen lezen hoe onze concurrenten mogen vertellen hoe geweldig zij wel niet zijn. Het probleem daarbij is dat het ook nergens duidelijk is dat er voor de inhoud betaald wordt. Dat is vermoedelijk ook een belangrijk onderdeel van het concept. Eerst worden de interviews op zéér agressieve wijze verkocht om vervolgens het eruit te laten zien of het een regulier journalistiek product is. Ik loop bij mijn secretaresse binnen. “Weet jij wie dit in de lobby heeft gelegd?”. Ze kijkt mij verbaasd aan. “Natuurlijk”. Het blijft even stil. “Nou, zeg op”, “Dat was ik”. Wat krijgen we nou. Ik kijk haar verbaasd aan. “Heb je al gekeken wie er in staan?”, “Nee, natuurlijk niet. Het is pure zelfbevlekking”, “Daarom kleven de bladzijden van dit exemplaar bij ons tenminste niet aan elkaar”, zegt ze triomfantelijk om vervolgens het magazine uit mijn handen te pakken. “Kijk” en ze laat me de inhoudsopgave zien. Ik zie de namen van een paar belangrijke relaties in de inhoudsopgave staan. “In dat geval, zou je contact met de uitgever kunnen opnemen met de vraag of ze nog een paar magazines zouden willen opsturen”. Mijn secretaresse moet lachen. “En laat maar weten dat ze in ruil daarvoor taart voor de hele zaak van ons krijgen want bij hun is het duidelijk voor wat hoort wat”, “Ga ik regelen”. Ik loop tevreden bij haar vandaan richting mijn eigen kantoor en zucht. Je hebt die verschrikkelijke journalist én dit. Ik weet niet welke van de twee erger is. Wanneer één van de bewuste relaties langs komt ligt er natuurlijk ook een exemplaar van het magazine prominent op mijn bureau met een post-it bij zijn of haar interview.

Fruit automaat

Wanneer ik weer eens door landelijk gebied rijd zie ik een bord staan met de tekst: “Fruit automaat”. Een casino hier midden in landelijk gebied dat is vreemd. Even later zie ik een bord staan waar het eten van een appel of peer als dagelijkse verwennerij wordt gepromoot. Dan valt het kwartje. Het gaat niet om een gokkast. Het gaat om een machine waarmee je geautomatiseerd fruit kan kopen. Dat klinkt een automaat waar ik graag mijn geld graag in zou gooien omdat ik dan de gewenste vruchten krijg en ze niet eens zelf hoef te plukken. Hoe dan ook dat gokken past ook niet bij de nuchtere mensen die hier wonen. Het is verbazingwekkend om te zien hoe de mensen hier leven zonder dat er op elke hoek van de straat een koffiebar is met de keuze uit vijftig verschillende variaties warme en koude koffiedranken. Mijn vermoeden is dat de veelal kleine zelfstandigen die hier een winkel hebben of praktijk uitoefenen juist de enige keuze zijn en essentieel zijn voor het in standhouden van een basisvoorzieningenniveau. Wanneer ik aan het einde van de dag weer terug rijd langs dezelfde route valt me op dat mensen die hier wonen aansluiting zoeken bij het stedelijke. Leuk is om te zien hoe bewoners verschillende enorme borden in hun tuin hebben geplaatst met foto’s van New York. Aan huisvlijt is hier duidelijk ook geen gebrek want in veel gevallen zijn de contouren ook nog eens keurig uitgesneden zodat het geen rechthoekige borden zijn maar de vorm van de borden de foto’s verder accentueert. Wat ik hier zie plaats mijn eigen ervaringen als ondernemer in een heel ander perspectief. Zoveel ondernemingen roepen dat zij zo bijzonder zijn al is het veelal dezelfde eenheidsworst met een net even andere façade. Dat is precies het omgekeerde van de ondernemers die hier actief zijn. Juist als monopolist hebben ze de kans om écht zichzelf te zijn en hun klanten een unieke dienstverlening te bieden. Ook wij kunnen daarom als bedrijf nog wel iets van de nuchtere mensen die hier wonen en werken leren.

Leverancier

Wanneer ik richting het kantoor van mijn advocaat loop op de Amsterdamse Zuidas hoor ik een Duitser luidruchtig tegen de man die naast hem loopt zeggen: “Es geht immer wieder weiter”. Dat had ik zelf inderdaad niet beter kunnen verwoorden. Ik begin een beetje klaar te worden met alle rechtszaken waar we in verwikkeld zijn geraakt. Daarbij hou ik me zelf voor dat ik ook niet van het schikken ben. Na dat we kort de tactiek voor de zitting hebben doorgesproken lopen we samen richting de rechtbank. Na een klein half uurtje verlaat ik tevreden de rechtszaal. Het blijft natuurlijk altijd spannend hoe de rechtbank zal besluiten al heb ik vertrouwen in het feit dat de rechters een goed beeld hebben gekregen van de kwestie. Ik bedank onze advocaat voor zijn bijstand en ga vervolgens met de Noord-Zuidlijn richting station Noord waar ik mijn auto in de P+R heb geparkeerd. In het centrum stap ik uit om mijn favoriete frisdrank te halen. Ook ik heb immers zojuist weer een topprestatie in de rechtbank geleverd. Helaas staan er voor de deuren van de gekoelde vitrine dozen die de leverancier net heeft uitgeladen. “Jonge dame, helaas kan ik er niet bij omdat er dozen voor staan en ik zou jouw werk niet willen verzetten”. Ze vraagt me wat ik wil hebben. “Die kan ik wel meteen voor je pakken”. Behendig schuift ze de dozen aan de kant en pakt er één voor mij uit de vitrine. Terwijl ik wacht tot dat ik kan afrekenen hoor ik hoe ze haar vinger bezeert aan de rand van een lege doos die ze plat aan het maken is. Daarna beweegt ze zich achter de kassa en plakt een pleister op haar vinger. “Zal ik die met je afrekenen?”, vraagt ze luttele tellen na het plakken van de pleister aan mij. “Dat zou heel fijn zijn”. Wanneer ik de winkel verlaat merk ik dat ik ook in deze situatie een stuk informeler ben geworden. Het drinken van mijn favoriete frisdrank op de weg terug richting het metrostation geeft mij een lekker en ontspannen gevoel.