Commercieel directeur

Mijn CFO loopt mijn kantoor in. “Je mag dan wél tevreden zijn maar vanuit mijn functie denk ik toch dat er iets moet gebeuren”, “Oké, het gaat toch lekker?”. Hij moet lachen. “De champagne smaakte perfect. Ik wil méér van die flessen met mijn team leegdrinken”. Dit is nieuw voor mij. Ik vind het moeilijk om hier op te reageren. “Dus je bent het ermee eens dat het goed gaat alleen moet het nóg beter?”. Hij knikt. “Het is nu tijd om vol gas te gaan. Je bent een uitstekend zakelijk leider van ons bedrijf alleen betekent dat ook dat je verschillende belangen moet balanceren”. Nu is hij me echt kwijt. “Oké, en nu concreet. Wat wil je dat ik doe?”. Er verschijnt een grijns op zijn gezicht: “Ik denk dat het tijd is om een commercieel directeur aan te stellen”. Die blik ken ik wel. Hij voert iets in zijn schild. “Nee, sorry, daar komt niks van in. Daar hebben we geen geld voor”. Hij kijkt me verbaasd hoe. “Hoe bedoel je, daar hebben we geen geld voor?”, “Zoals ik het zeg. Daar hebben we geen geld voor”. Hij zwijgt even. “Ho, wacht even, ik ben hier de CFO”. Ik wijs met mijn vinger naar hem. “Precies jij bent de CFO. Nou zeg op. Wat voer je in je schild?”. Heerlijk om iemand te betrappen die overduidelijk wat in zijn schild voert. “Nou, ik liep vanmorgen langs de Rechtbank Amsterdam en zag daarbij een verwijzing naar de marathon”. Ik schud mijn hoofd. Hij praat zich hier niet uit. “Ik moest plotseling aan iemand denken”. Of hij heeft een sociale advocaat in gedachten of een crimineel. In beide gevallen zijn dat niet het soort mensen die ik in mijn bedrijf wil hebben. “Nou, vertel…”. Hij haalt even diep adem. “Een vriendin van mij is héél goed in commercieel relatiebeheer alleen soms een beetje slordig. Ze vertelde dat haar werkgever haar naar een zaak bij de geschillencommissie had gestuurd om de gevolgen onder ogen te zien”. Nou lekker dan. “En wat heeft dat met marathons te maken?”, “Ik heb ook met haar een paar keer een hardloop wedstrijd gedaan. Ze loopt mij er elke keer uit”. Die vrouw wil ik ontmoeten. “Oké, nodig haar maar uit voor een gesprek!”.

Dure grap

Na een afspraak met een relatie besluit ik nog even naar het Rijksmuseum te gaan. Mijn wereldbeeld werd laatst namelijk ernstig verstoord door iemand. Ik ving op dat een vrouw ook haar nieuwe hond Pablo had genoemd. Daarop had ik haar aangesproken en haar gecomplimenteerd met haar uitstekende smaak. Ze gaf aan zeer onder de indruk van zijn werk te zijn. We bleken allebei alleen van een andere Pablo gecharmeerd te zijn. De werken van Picasso in het Rijksmuseum zijn surrealistisch. Net als het onderhoud dat ik met de dame in kwestie had. Hoe kun je nou niet van deze werken onder de indruk zijn vraag ik mij af terwijl ik naar een van de werken van de meester kijk. Een bezoekje aan de Nachtwacht mag natuurlijk ook niet ontbreken. Deze zit helaas in een glazenkooi waarin er onderzoek naar het schilderij wordt gedaan. Het is wel schitterend om te zien hoe behoedzaam er met het ultieme meesterwerk wordt omgegaan. Ik besluit nog een rondje door het museum te lopen om nog snel te genieten van wat kunstschatten alvorens ik weer terug ga naar kantoor. In de parkeergarage wacht mij een minder aangename verrassing. Het display van de automaat geeft aan dat ik 34 euro moet betalen. De toegang tot het Rijks was 20 euro. Die bedragen zouden omgedraaid moeten zijn én dan nog zou dat gelet op het enorme genot dat mij dat geschonken heeft goedkoop zijn. Ik hou mezelf voor dat de parkeergarage een slimme manier gevonden heeft om geld te verdienen. Door het bieden van een betonnen doos waar je je auto in kan parkeren wordt de activiteit die je wil doen makkelijker gemaakt. Aan het tentoonstellen en conserveren van de werken van het één wordt veel geld uitgegeven terwijl men met de andere activiteit zo min mogelijk aandacht probeert te trekken en men ondergronds zelf zoveel mogelijk geld probeert te verdienen. De parkeergarage rijd ik met een lach op mijn gezicht uit.

Niet aan de bak

Een collega wijst mij er op dat er een zéér negatieve review over ons is geplaatst op Glassdoor. Het beeld dat wordt geschetst herken ik mij niet in. Wanneer ik lees dat ik als CEO een geldwolf ben gaat er een belletje rinkelen. Twee weken geleden was er een sollicitant die compleet ongeschikt was. Op de afwijzing had deze al fel gereageerd. Daarnaast had hij een reis- en onkostenvergoeding geëist. Op mijn reactie op grond waarvan hij daar recht op zou hebben had hij niet meer gereageerd. Wanneer ik de review naast ons e-mailcontact leg dan lijk ik daar de stijl in te herkennen. Daarom besluit ik hem een mail te sturen met een herinnering. Aan het einde van de dag krijg ik een mail van hem terug. Hij wijst er op dat hij aan voorbereiding, reistijd en reiskosten afgerond totaal recht op 250 euro heeft. Het bankrekeningnummer en de tenaamstelling zet hij ook meteen in zijn e-mail. Ik herhaal in een e-mail terug de vraag waarom hij daar recht op heeft. “Dankzij het internet weten mensen steeds beter hoe werkgevers écht zijn. Als jullie dit netjes met mij afwikkelen dan is wat mij betreft de kou uit de lucht en dan kan ik stoppen met het schrijven van reviews over jullie”. De e-mail stuur ik onmiddellijk door naar mijn advocaat om een sommatie te sturen waarin duidelijk wordt gemaakt dat wij niet zullen betalen en dat hij de review onmiddellijk moet verwijderen om rechtsmaatregelen te voorkomen. Mijn advocaat laat weten dat hij er ook een collega van de sectie strafrecht van zijn kantoor naar heeft laten kijken. Volgens hem is er hier overduidelijk sprake van dwang door middel van bedreiging met smaadschrift. Mijn advocaat stelt voor om naast een sommatie naar de sollicitant te sturen ook strafrechtelijk aangifte te doen. Hij heeft gelijk. Als ik het enkel bij een sommatie houd dan zoekt deze querulant wel een volgend slachtoffer. Daarom laat ik mijn advocaat weten dat ik graag wil dat hij een afspraak bij de politie maakt om aangifte te doen. In de bak past ook veel beter bij deze persoon dan bij ons aan de bak.

Teamborrel

In mijn agenda zie ik staan dat ik beloofd heb vandaag akte de presence te geven op de teamborrel van de afdeling finance. Daar heb ik écht even geen zin in vandaag. Helaas de plicht roept. “Hé baas, wat leuk dat je vandaag meegaat”. Met enige moeite weet ik een glimlach op mijn gezicht te laten verschijnen. Wanneer we eenmaal in het grandcafe zijn vraag ik wanneer ik op een biertje vraag ook om een fles champagne. Onze CFO kijkt mij vragend aan. “Zó goed gaat het toch ook niet?”. Eindelijk kan ik lachen. “Wat weet jij meer dan ik?”, “Nou, onze …”. Ik laat hem niet uitspreken en spreek tot het team. “Jullie leidinggevende is wat minder enthousiast dan ik zelf”. Mijn CFO kijkt mij nu verbouwereerd aan. Opnieuw moet ik lachen. “Het gaat écht heel goed. Daarom ben ik ook meegegaan om jullie dat ook te vertellen”. De kelner komt aangelopen met de fles Bollinger Champagne Cuvee Brut. “Bolly is écht heel lekker”, zeg ik. “Weten jullie wie dat tegen mij gezegd heeft?”. Mijn collega’s kijken mij vragend aan. “Een medewerker van een slijterij, die failliet is gegaan omdat ze op onverantwoorde wijze met hun financiën zijn omgegaan”. Een van mijn collega’s slikt zijn slok champagne snel weg. “Daarom zijn jullie zó belangrijk. Dus vanavond mogen jullie zoveel champagne drinken als jullie willen zolang het maar financieel verantwoord is”. Nu moeten ook mijn collega’s lachen. Aarzelende zegt een administratief medewerker tegen mij. “Mag ik iets vragen?”. Ik knik beheerst. “Soms krijg ik dingen van klanten te horen die aan de business raken én daar gebeurd nu niks mee. Mijn werk is enkel de facturatie”. Ik wijs met mijn vinger naar mijn collega. “Jij begrijpt het. Als er wat is dan stuur je dat naar mij. Ik wil weten wat er speelt.”. Mijn CFO kijkt mij hoofdschuddend aan. Hij weet precies dat dit al eerder bij mij terecht had moeten komen. Ik hou mijn glas champagne in de lucht en roept luidt “Cheers!”

Sorry, geen dienst

Wanneer ik met mijn Club Mate langs de Stopera loop zie ik hoe een bus van het gemeentelijke vervoersbedrijf achteruit in aan het parkeren is. Er zijn ook héél veel politieagenten op de been. Uit nieuwsgierigheid ga ik kijken wat er loos is. Hé, dat is grappig de politie heeft zelfs een vrachtwagen bij zich die dienst doet als mobiele catering én voorziet in ruimte voor de sanitaire noden. Iets verderop is de weg afgezet. Mijn Club Mate drink ik snel op en de lege fles gooi ik in de glasbak alvorens ik in de richting van de weg die is afgezet loop. Een scherper contrast tussen hardwerkende, fatsoenlijke mensen én mensen die ik in mijn bijzijn hoor praten dat ze op de nodige media aandacht hopen, is zeer groot. Wanneer de andere mensen beginnen te schreeuwen. “Politieagent we doen dit voor jouw kinderen” zie ik een duidelijke bevestiging van mijn waarneming. Wat is dit voor een walgelijk volk die zelfs de kinderen van de hardwerkende professionals erbij slepen om hen te intimideren. De politieagenten daarentegen zijn zeer beschaafd en voeren het andere deel van de bevolking één voor één af omdat zij niet alleen onfatsoenlijk zijn maar ook een misdrijf plegen door het bevel van de politie om te vertrekken negeren. Het erbij halen van de kinderen van de politieagenten vind ik nóg misdadiger alleen valt dat niet onder het bereik van artikel 184 Sr. Ik neem de mensen die worden afgevoerd goed in mij op. Mocht er zo iemand bij mij solliciteren dan weet ik meteen dat ik met iemand die misdrijven pleegt te maken heb. De tekst op de bussen waar ze in worden afgevoerd “Sorry, geen dienst” is daarom ook treffend want het is een label dat prima bij deze mensen lijkt te passen. De kans dat ik deze mensen tijdens mijn werk zal tegen komen lijkt mij erg klein. Het bezoek aan Artis dat ik gepland had laat ik daarom even voor wat het is. Ik besluit in plaats daarvan richting de Roeterseilandcampus van de UvA te lopen. Er blijkt open dag voor aankomende bachelor studenten te zijn. De mensen die het gebouw van de “Amsterdam Business School” in zullen gaan herken ik zo. Het contrast met de mensen die eerder zag worden afgevoerd kan namelijk niet groter zijn.

De sollicitant

Wanneer ik even rustig aan de lunch zit loopt mijn secretaresse binnen. “Je sollicitant is er”. In mijn enthousiasme over het bedenken van rechtsmaatregelen was ik helemaal vergeten dat ik een kandidaat voor de functie van lead developer heb uitgenodigd. “Top!”. Ik loop met haar mee om mijn kandidaat op te halen. “Welkom, fijn dat je er bent”, zeg ik tegen haar. Ze oogt nerveus en heeft haar koffie al bijna helemaal opgedronken. “Je hebt zelfs ervaring met assembler. Indrukwekkend.”, zeg ik om het ijs te breken. Helaas lijkt mij opmerking het tegenovergestelde effect te hebben. “Zelf vind ik assembler véél te abstract om mee te werken”. Ze moet lachen. “Ja, dat is zo. Het is ook meer een hobby.”. Ze is bang dat ik haar niet als professional zie. “Bij ons zul je enkel werken met hogere talen én met mensen natuurlijk als lead. Het is geweldig om te zien dat het echt je passie is.” Nu verandert de blik op haar gezicht. “Precies. Ik doe dit omdat ik het enorm gaaf vind om te doen. Als vrouw in de IT wordt je toch al snel niet al te serieus genomen”. Ik knik begrijpend. “We hebben hier best een masculine cultuur. Wel kickt iedereen hier op mooie IT-oplossingen. Dat geldt ook voor mij.”. Nu worden haar ogen vurig. “Je programmeert zelf ook nog?”. Ik zucht. “Helaas kom ik daar niet aan toe. Soms kijk ik met het team mee. Al is development tegenwoordig véél meer dan alleen code schrijven. Dat is waarom we iemand met jouw kennis en kunde nodig hebben”, “Duidelijk”, “Genoeg over ons. Hoe kan ik jou binnenhalen?”. Ze is eventjes in gedachten. “Ja, ik heb inderdaad best wat mogelijkheden”. Er volgt een korte stilte. “Ik wil vooral in een omgeving werken waar ik mezelf écht kan uitdagen als developer en niet alleen een manager van een team ben”. Mijn gedachten worden even gevormd door schuttingtaal. “Daar ligt inderdaad wel de zwaartepunt van de functie”. De teleurstelling die ik nu op haar gezicht spreekt boekdelen. Helaas is de match met haar er niet maar ik weet wel beter wat voor kandidaat ik wil voor de functie.

Heel stoer

Mijn secretaresse staat me al op te wachten als ik binnen kom lopen. “Er was hier zojuist een deurwaarder”, “Die kwam ongetwijfeld niet langs voor de gezelligheid”. Mijn secretaresse moet lachen. “Die had een mooi stapeltje papier bij zich”, “Een dagvaarding. Mooi!”. Een agressieve recruiter stelt dat hij een vergoeding verdient omdat ik iemand heb aangenomen die hij in zijn bestand heeft. Nu eist hij maar liefst 25% van het jaarloon van mijn werknemer terwijl hij feitelijk helemaal niks heeft gedaan. Ik moet lachen wanneer ik zie dat er in de dagvaarding op grond van artikel 843a Rv ook gevorderd wordt dat wij een kopie van de arbeidsovereenkomst overleggen om de schadevergoeding te kunnen berekenen. “Zou je de advocaat van meneer een e-mail kunnen sturen met het feit dat wij erg blij zijn met de dagvaarding die ons de kans geeft om bij conclusie van antwoord een reconventionele eis in te dienen”. Om het nog leuker te maken stuur ik mijn secretaresse de sheet “Mogelijkheden onvrijwillige aansprakelijkheid van bestuurders” van een hoorcollege ondernemingsrecht met het verzoek om die bij de reactie aan de advocaat van de recruiter toe te sturen. De rechter gaat dat vast niet leuk vinden maar de recruiter zal weten dat als je zo’n stunt uithaalt wij hem keihard aanpakken. Ik stuur een mail naar de directies van concullega’s met de vraag of ze zich willen voegen in de eis die wij in reconventie tegen de recruiter zullen indienen. Amper enkele minuten nadat ik ook onze huisadvocaat gemaild heb krijg ik een reactie van zijn secretaresse. Hij er niet blij mee is dat ik zelf al “aan het hobbyen” ben geslagen. Ik moet lachen. “Bloed kruipt waar het niet gaan kan”, mail ik haar terug. Mijn secretaresse laat de e-mail die ze heeft opgesteld aan mij zien. Ik besluit haar deze toch maar niet te laten sturen. Waarom iemand wijzer maken dan nodig is én op deze manier is het verrassingseffect van de reconventionele eis die ik in gedachten heb nog groter.

Er helemaal klaar mee

Geruchten verspreiden zich als een lopende vuurtje. Dat blijkt wel weer vandaag. Wanneer ik terugloop richting het station zie ik hoe een jonge vrouw met een jas van Amnesty mij in het vizier heeft. Ik probeer met een boog om haar heen te lopen helaas weet ze mij te onderscheppen. “Meneer, ik heb een leuke vraag voor u”. Nou het zal mij benieuwen. Daarom zwijg ik. “Wat vindt u van homoseksualiteit?”. Ik kijk haar weemoedig aan en reageer dan beheerst en op serieuze toon: “Daar heb ik wel moeite mee”. Haar ogen beginnen te glunderen. Ik vervolg. “Al die mannen die hun seksuele verlangens op mij projecteren. Dat vind ik soms wel lastig”. Ze knikt instemmend. “Het is niet leuk om als lustobject te worden gezien. Dus dat is helemaal geen leuke vraag”. Ze laat met haar gezichtsuitdrukking duidelijk blijken dat ze mij begrijpt. “Als u het niet erg vind vervolg ik mijn weg. Ik hoop dat u dat begrijpt”. Ik loop verder en laat haar beduusd achter. Het is mij nu ook duidelijk geworden wat de jonge vrouw met wie ik een sandwich wilde delen in mij zag. Het kan natuurlijk niet aan haar liggen dat ik haar avances af heb gewezen. Dat ben ik gaan uitstralen en deze jonge dame speelde daar handig op in met haar leuke zogenaamd leuke vraag. Mijn gevoel zegt dat ze denkt dat ik haar als lustobject zie en mijn antwoord daarom op deze manier ingekleed heb. Wanneer ik in de trein zit zie ik verschillende middelmatig mooie vrouwen naar mij kijken. Ze zouden toch niet óók denken dat ik op enigerlei wijze in hun geïnteresseerd ben. Hoe meer ik probeer in de houding te zitten hoe indringender hun blikken worden. De trein conductrice roept door de trein om dat we het eindstation naderen. Ze verzoekt ons vriendelijk om goed op te letten dat we al onze eigendommen meenemen. Op dat moment zie ik één van de vrouwen die mij aanstaart instemmend knikken. Het gevoel dat ik de trein onmiddellijk wil verlaten maakt zich meester van mij. Alleen.

Terug naar de beurs

Het is een lekker stuk wandelen terug richting de beurs. Dat was toch net even meer sensatie dan dat ik verwacht had. Zou dit een professional zijn geweest die clientèle op de beurs zoekt of was het puur opportunisme ingegeven door mijn eigen taalgebruik en voorkomen. Ik stuur snel een sms’je naar mijn afspraak van drie uur dat ik waarschijnlijk enkele minuten later zal zijn. Eenmaal terug op de beurs hoor ik een vrouwelijke stem: “Wacht even meneer”. Verschrikt draai ik mij om. De vrouw die de ingang van het evenement bewaakt kijkt mij streng aan. “U kunt niet zomaar naar binnen meneer”. Na een korte stilte zegt ze. “U moet zich eerst daar registreren en een batch halen”. Ik slaak een zuchtje van verlichting en haal mijn batch uit mijn binnenzak. “Nog een goede beurs meneer”, zegt de hostess nadat ze mijn batch gescand heeft. Dat zal ik nodig hebben. Met versnelde pas loop ik richting de meeting rooms op de beurs. Mijn afspraak moet grinniken als hij mij ziet aankomen lopen. “Lekker even buiten de deur geluncht?”. Aan de uitdrukking op zijn gezicht op te maken heb ik het idee dat hij niet de geweldige club die ik zojuist heb gegeten doelt. “Dat was een buitengewone interessante ervaring die ik zojuist had”. Mijn gesprekspartner knikt. “Dus je hebt waar voor je geld gekregen”. Ik weet even niet hoe ik moet reageren en zwijg even. “Ik heb twee zeer interessante vrouwen ontmoet en door omstandigheden duurde dat wat langer dan gepland”. Mijn gesprekspartner kijkt mij hoofdschuddend aan. “Het is je vergeven dat je te laat bent maar ik verwacht dat je mij dan ook wat gunt”, “Heb je al die Audi A8?”. Trots kijkt hij mij aan. “Die rijdt heerlijk”, “Mooi, dan stel ik je zometeen aan één van de dames voor én dan hoef jij alleen nog een fles champagne te regelen”. De koffie die mijn gesprekspartner uitproest weet ik maar net te ontwijken.

Alles onder controle

Ze kijkt om zich heen. “Dit komt aardig in de richting”. Ik moet deze opmerking even op mij laten inwerken. “In de richting?”, “Dit is wel waar ik van houd”, “Dus je lust hier wel een sandwich”, “Nou, daarvoor moet je beter je best doen”. In één handeling zet ze een stap naar voren en pakt mijn hand die ze met een vloeiende beweging onder haar jurkje laat glijden. Instinctief doe ik een stap naar achteren. “Waar was dat goed voor?”, “Zie je wel alleen een grote mond”. Een club stop je natuurlijk niet in één keer in je mond. “Oké, genoeg gespeeld. Regel een mooie kamer én een fles champagne en misschien mag je mij dan ook wel met iemand delen”. Ik staar even gedachteloos voor mij uit. “Een club sandwich met jou eten is toch niet zo’n goed idee”. De uitdrukking op haar gezicht belooft weinig goeds. De vlakke hand die ze met hoge snelheid richting mijn gezicht beweegt weet ik net op tijd te onderscheppen. “Oké, hier heb ik geen zin in”. Ik pak mijn telefoon en bel een taxi. “Wat doe je?”, “Jij was op de beurs duidelijk beter op je plek”. Ik geef haar 20 euro voor de taxi terug en loop het hotel in. In de bistro word ik hartelijke begroet door de serveerster. “Tafel voor twee, meneer”, “Helaas ben ik genoodzaakt alleen te lunchen mijn gezelschap bleek namelijk plotseling andere verplichtingen te hebben”. De serveerster moet duidelijk moeite doen om een reactie op wat ik zojuist zei te onderdrukken. “Ik heb hier een prachtig tafeltje voor u”. De manier waarop de serveerster de creaties van de chef-kok beschrijft is wat precies past in deze historische setting met een klassieke inrichting. “Dat klinkt allemaal zalig en met alle respect voor de chef heb ik vooral zin in een club”. De serveerster vraagt mij of ik een club sandwich bedoel. Ik kan een lachje niet onderdrukken. De serveerster kijkt mij vragend aan. “Een club sandwich eten in goed gezelschap heb ik al de hele dag zin in”. Er verschijnt een licht blosje op de wangen van de serveerster die vervolgens rustig richting de keuken loopt om mijn keuze aan de chef door te geven.